Ik noem jouw naam

‘Ik noem jouw naam’ wordt regelmatig gekozen door nabestaanden. Het lied prijkt al langer op onze repertoirelijst. De tekst is van Fieke Bijmans uit Wijchen en de muziek van Guus Kuijs uit Overasselt. Hoe de tekst en de muzieknoten elkaar hebben gevonden, leggen dirigent Hans Meek en de dichteres Fieke Bijmans hieronder uit.

Hans Meek kent Fieke Bijmans via verpleeghuis De Weegbree in Wijchen. Hans licht toe: “Mijn vrouw is daar lange tijd geestelijk verzorger geweest en nodigde Fieke en mij uit om samen te musiceren voor de bewoners in vieringen en herdenkingsbijeenkomsten. We speelden en spelen nog steeds duetten voor blokfluit en piano of voor twee blokfluiten”. Hans kreeg  lucht van de dichterskwaliteiten van Fieke en van het gedicht ‘Ik noem jouw naam’.

Fieke Bijmans: “Ruim veertig jaar geleden overleed een dierbare mens in mijn leven, en ongeveer twintig jaar na zijn overlijden kwam er een heel klein in memoriam uit mijn pen. Soms hebben woorden tijd nodig. De afgelopen jaren is het gedichtje zijn eigen weg gegaan, het kwam tevoorschijn bij herdenkingsvieringen en uitvaarten.” Pas later is het gedicht op muziek gezet. Fieke speelde blokfluit samen met Guus Kuijs, docent bij de muziekschool in Wijchen. Naast fluitist bleek Guus ook een goede componist. Fieke: “Guus heeft heel veel teksten op muziek gezet waaronder ook mijn gedicht.”

Hans: “Ik vond de sfeer en en het onderwerp goed passen bij ons ensemble en met enkele aanpassingen hebben we het opgenomen in ons repertoire.” Een fragment van het lied is te beluisteren op onze website. Het geheel is te horen op YouTube. Hans: “Wij hebben het lied als geheel opgenomen. Fotograaf Frank Kouws heeft er een videoopname van gemaakt en het resultaat op youtube geplaatst.” Tot voor kort was de muzikale uitvoering van ‘Ik noem jouw naam’ niet te vinden op internet. Het Uitvaartensemble Nijmegen heeft daar nu verandering in gebracht.

Bij uitvaarten biedt ‘Ik noem jouw naam’ troost en herkenning. Fieke: “Toen ik dit kleine gedicht schreef wist ik niet dat het ooit een echt lied zou worden. Het raakte me toen ik het voor het eerst hoorde zingen door het Uitvaartensemble Nijmegen. Ik kan het lied alleen maar een goede muzikale reis wensen samen met de koorleden”.

Raken aan de eeuwigheid

Onze bas Lex Hustinx over het zingen bij het Uitvaartensemble Nijmegen

In 2012 – het Uitvaartensemble Nijmegen is dan in oprichting – word ik benaderd om mee te zingen. Het ensemble heeft als ideaal om bij uitvaarten troost te bieden aan nabestaanden, met zang van hoge kwaliteit. Een nieuw koor vormen met dit ideaal spreekt mij aan. Hartstochtelijk wordt er gerepeteerd en zoeken we uit hoe we ons kunnen profileren. Eerst onder de bezielende leiding van Anca Veldpaus. Later volgen Hans Meek als eerste en Bram Wildeman als tweede dirigent. Met elkaar bouwen we aan een ruim en divers repertoire en geleidelijk groeien we in samenhang en klankkleur.

Raken aan de eeuwigheid
Ik kan alleen maar zeggen dat het voor mij een geluk is in dit ensemble mee te mogen zingen. Soms ervaar ik met het uitvaartkoor het gevoel te ‘raken aan de eeuwigheid’. Je mérkt tijdens uitvaarten dat zingenderwijs met de nabestaanden een bijzondere verbondenheid groeit in het gedenken van de overledene. Dat is geen automatisme. Je hóópt telkens weer dat onze zang ruimte schept voor gevoelens van verdriet, gemis, of dankbaarheid. ‘Daar doen we het voor’, zeg je dan bij jezelf als dat gebeurt. Het is géén effectbejag, we willen vooral dienen. Als koor zijn we steeds oprecht verheugd wanneer we van familie of andere aanwezigen horen dat de muziek hen geraakt heeft. Dit maakt, samen met het plezier dat we tijdens onze veertiendaagse repetities en bij onze concerten beleven, dat ik het meezingen in het Uitvaartensemble Nijmegen als een waar voorrecht ervaar.

Twaalfjarig jongetje
Het gevoel te raken aan de eeuwigheid ervaar ik voor het eerst als twaalfjarig jongetje. Ik maak als gymnasiast deel uit van de ‘kleine schola’ van het Sint-Bernardinuscollege, een grote middelbare school van de paters Franciscanen in Heerlen. Elke zondagmorgen om half negen luistert dit koortje van jongenssopranen de mis op met serene gregoriaanse zang. Dat doen we in de kloosterkapel onder leiding van pater Vermeulen. Na een paar jaar zingen in de schola van het Sint-Bernardinuscollege doet de puberteit haar intrede. Dan is het is gedaan met mijn sopraanstem en verlaat ik het koor. Thuis blijf ik wel zingen. Op familieavondjes kruip ik regelmatig achter de piano om het ‘familiekoor’ te begeleiden. En bij de afwas zingen we met ons grote gezin uit volle borst afwasliedjes. Diezelfde tijd beleef ik voor het eerst live de Mattheuspassie van Johann Sebastian Bach, en eindig ik, puber of niet, mét het slotkoor in tranen.

Geen tijd meer voor zang
In mijn studentenjaren en lang daarna is er geen tijd meer voor zang. Ik werk dan voor de Hogeschool voor Theologie en Pastoraat in Heerlen. Daar worden jonge mensen opgeleid tot priester, pastoraal werker of werkster. Hier wordt dagelijks liturgie gevierd. En in en vanuit de kapel klinkt gregoriaanse en meerstemmige zang van het studentenkoor van Leo Meulenberg, veelal in de traditie van de oecumenische kloostergemeenschap in het Franse Taizé. Ook al zing ik zelf niet mee, zang is voor mij nooit ver weg.

Vanaf mijn 50ste weer actief
Rond mijn 50e levensjaar ga ik weer zelf zingen. Bij een klein kamerkoor ervaar ik het pure zangplezier. In het schildersatelier van een van de zangers komen we op vrijdagavond bij elkaar en zingen elkaar toe met klassieke koormuziek. We beklinken het met een goed glas wijn. Dat smaakt naar méér! Wanneer ik voor mijn werk naar Nijmegen verhuis in 2002 vind ik al snel mijn weg naar het Nijmeegse kamerkoor Sotto Voce. Daar bouw ik in twaalf jaar een mooie ervaring op in oude en modern-klassieke zang, met regelmatige optredens in of rond Nijmegen. Ik treed in deze periode ook toe tot de cantorij van de Stevenskerk, waar ik nu nog steeds actief ben.

Vrolijke musici
Dankzij enkele zangers van de cantorij van de Stevenskerk krijg ik mijn entree bij het Uitvaartensemble Nijmegen. Via het uitvaartensemble ben ik actief geraakt in het landelijke projectkoor Luna in Utrecht. Daarin leggen zangers uit alle windstreken zich toe op zangkunst op hoog amateurniveau. Genoeg te zingen dus. Ik ben intussen 72 maar hoop – zeker bij het Uitvaartensemble Nijmegen – nog een hele tijd ‘van de partij’ te mogen zijn. We leven in een broeierige tijd, maar zoals de canon luidt die ik op de lagere school heb geleerd: ‘Hemel en aarde zullen vergaan, vrolijke musici blijven bestaan!’.