Uitgelicht: In paradisum
Het ‘In paradisum’ zingen wij regelmatig aan het eind van een katholieke begrafenis bij het uitgeleide doen van de kist. Het klinkt dan bijna als een juichend lied: de mens komt goed terecht in een paradijs van liefde.
Het lied bevat een verwijzing naar de gelijkenis van ‘De rijke en Lazarus’. Deze gelijkenis vertelt over een rijke man die de mooiste kleding droeg en van zijn leven een groot feest maakte. Voor zijn huis lag de bedelaar Lazarus, overdekt met zweren. Lazarus hoopte dat hij de restjes die overbleven van de maaltijden van de rijke man kon eten, maar er kwamen alleen maar honden aanlopen die zijn zweren likten. Op zekere dag stierf de bedelaar, en engelen brachten hem naar Abraham in de hemel. Ook de rijke man stierf en kwam brandend in de hel. Toen hij Lazarus bij Abraham zag, smeekte hij om medelijden en water. Abraham weigerde en zei dat de rijke man al het goede al tijdens zijn leven had gehad.
Tekst
In paradisum deducant te angeli.
In tuo adventu suscipiant te martyres.
Et perducant te in civitatem sanctam Jerusalem.
Chorus Angelorum te suscipiat,
Et cum Lazaro quondam paupere aeternam habeas requiem.
Vertaling
Naar het paradijs geleiden je de engelen.
Mogen bij aankomst de martelaren je ontvangen.
En je naar de heilige stad Jeruzalem brengen.
Het koor der engelen ontvange je.
En dat je tezamen met die stumpert Lazarus, de eeuwige rust mag krijgen.

