Boven bij het orgel achterin de kerk

18 mei 2020 – Op deze dag zong het koor bij een uitvaart. Het was midden in Corona-tijd. Eerst dacht het koor dat zij wegens de Corona-maatregelen als kwartet zou moeten optreden. Boven bij het orgel achter in de kerk bleek echter voldoende ruimte om anderhalve meter afstand van elkaar te houden. Dus besloot het koor in overleg met de familie toch gewoon als octet te zingen. Na een beetje passen en meten werd een goede opstelling gevonden in ovaalvorm. De koorleden konden de dirigent goed zien en elkaar ook goed horen ondanks dat zij veel verder van elkaar af stonden dan ze gewend waren.

Geen microfoon
De familieleden waren met negen personen. Samen met de priester en de misdienaar bevonden zij zich vooraan in de kerk. Bij de lezingen en een toespraak werd geen microfoon gebruikt. Die gingen volkomen aan de koorleden voorbij. Daarvoor stonden zij te ver weg en te hoog. Dat was jammer. De akoestiek in de kerk is duidelijk ontworpen om geluid vanaf de orgelzolder naar beneden door te geven, maar niet andersom.

Lange steile trap
Bij andere uitvaarten hoort het koor vaak direct na afloop van de bezoekers luisteraars of ze het zingen mooi gevonden hebben. Deze keer was dat niet het geval. Er was ook geen gelegenheid voor. Pas nadat de familie de kerk verlaten had, daalden de koorleden de lange, steile trap af. Gelukkig kwam er een paar dagen later een berichtje van de dochter van de overledene, waarin zij schreef: “Mede dankzij jullie, heeft mijn moeder het afscheid gekregen wat ze gewild en verdiend had. We zijn allemaal zeer onder de indruk”. Daar was het koor heel blij mee, want daar zingt het koor voor.

Niet volgens Corona-protocol
Achteraf realiseerden de kooreden dat het optreden niet paste in de zangprotocollen die later de ronde deden. Die waren op het moment van het optreden nog niet bekend. Maar goed ook, want het uitvaartensemble is blij dat het koor in corona-tijd in ieder geval één uitvaart heeft kunnen opluisteren met zangmuziek en dat het koor de rouwenden tot troost heeft kunnen zijn.

Ik noem jouw naam

‘Ik noem jouw naam’ wordt regelmatig gekozen door nabestaanden. Het lied prijkt al langer op onze repertoirelijst. De tekst is van Fieke Bijmans uit Wijchen en de muziek van Guus Kuijs uit Overasselt. Hoe de tekst en de muzieknoten elkaar hebben gevonden, leggen dirigent Hans Meek en de dichteres Fieke Bijmans hieronder uit.

Hans Meek kent Fieke Bijmans via verpleeghuis De Weegbree in Wijchen. Hans licht toe: “Mijn vrouw is daar lange tijd geestelijk verzorger geweest en nodigde Fieke en mij uit om samen te musiceren voor de bewoners in vieringen en herdenkingsbijeenkomsten. We speelden en spelen nog steeds duetten voor blokfluit en piano of voor twee blokfluiten”. Hans kreeg  lucht van de dichterskwaliteiten van Fieke en van het gedicht ‘Ik noem jouw naam’.

Fieke Bijmans: “Ruim veertig jaar geleden overleed een dierbare mens in mijn leven, en ongeveer twintig jaar na zijn overlijden kwam er een heel klein in memoriam uit mijn pen. Soms hebben woorden tijd nodig. De afgelopen jaren is het gedichtje zijn eigen weg gegaan, het kwam tevoorschijn bij herdenkingsvieringen en uitvaarten.” Pas later is het gedicht op muziek gezet. Fieke speelde blokfluit samen met Guus Kuijs, docent bij de muziekschool in Wijchen. Naast fluitist bleek Guus ook een goede componist. Fieke: “Guus heeft heel veel teksten op muziek gezet waaronder ook mijn gedicht.”

Hans: “Ik vond de sfeer en en het onderwerp goed passen bij ons ensemble en met enkele aanpassingen hebben we het opgenomen in ons repertoire.” Een fragment van het lied is te beluisteren op onze website. Het geheel is te horen op YouTube. Hans: “Wij hebben het lied als geheel opgenomen. Fotograaf Frank Kouws heeft er een videoopname van gemaakt en het resultaat op youtube geplaatst.” Tot voor kort was de muzikale uitvoering van ‘Ik noem jouw naam’ niet te vinden op internet. Het Uitvaartensemble Nijmegen heeft daar nu verandering in gebracht.

Bij uitvaarten biedt ‘Ik noem jouw naam’ troost en herkenning. Fieke: “Toen ik dit kleine gedicht schreef wist ik niet dat het ooit een echt lied zou worden. Het raakte me toen ik het voor het eerst hoorde zingen door het Uitvaartensemble Nijmegen. Ik kan het lied alleen maar een goede muzikale reis wensen samen met de koorleden”.

Raken aan de eeuwigheid

Onze bas Lex Hustinx over het zingen bij het Uitvaartensemble Nijmegen

In 2012 – het Uitvaartensemble Nijmegen is dan in oprichting – word ik benaderd om mee te zingen. Het ensemble heeft als ideaal om bij uitvaarten troost te bieden aan nabestaanden, met zang van hoge kwaliteit. Een nieuw koor vormen met dit ideaal spreekt mij aan. Hartstochtelijk wordt er gerepeteerd en zoeken we uit hoe we ons kunnen profileren. Eerst onder de bezielende leiding van Anca Veldpaus. Later volgen Hans Meek als eerste en Bram Wildeman als tweede dirigent. Met elkaar bouwen we aan een ruim en divers repertoire en geleidelijk groeien we in samenhang en klankkleur.

Raken aan de eeuwigheid
Ik kan alleen maar zeggen dat het voor mij een geluk is in dit ensemble mee te mogen zingen. Soms ervaar ik met het uitvaartkoor het gevoel te ‘raken aan de eeuwigheid’. Je mérkt tijdens uitvaarten dat zingenderwijs met de nabestaanden een bijzondere verbondenheid groeit in het gedenken van de overledene. Dat is geen automatisme. Je hóópt telkens weer dat onze zang ruimte schept voor gevoelens van verdriet, gemis, of dankbaarheid. ‘Daar doen we het voor’, zeg je dan bij jezelf als dat gebeurt. Het is géén effectbejag, we willen vooral dienen. Als koor zijn we steeds oprecht verheugd wanneer we van familie of andere aanwezigen horen dat de muziek hen geraakt heeft. Dit maakt, samen met het plezier dat we tijdens onze veertiendaagse repetities en bij onze concerten beleven, dat ik het meezingen in het Uitvaartensemble Nijmegen als een waar voorrecht ervaar.

Twaalfjarig jongetje
Het gevoel te raken aan de eeuwigheid ervaar ik voor het eerst als twaalfjarig jongetje. Ik maak als gymnasiast deel uit van de ‘kleine schola’ van het Sint-Bernardinuscollege, een grote middelbare school van de paters Franciscanen in Heerlen. Elke zondagmorgen om half negen luistert dit koortje van jongenssopranen de mis op met serene gregoriaanse zang. Dat doen we in de kloosterkapel onder leiding van pater Vermeulen. Na een paar jaar zingen in de schola van het Sint-Bernardinuscollege doet de puberteit haar intrede. Dan is het is gedaan met mijn sopraanstem en verlaat ik het koor. Thuis blijf ik wel zingen. Op familieavondjes kruip ik regelmatig achter de piano om het ‘familiekoor’ te begeleiden. En bij de afwas zingen we met ons grote gezin uit volle borst afwasliedjes. Diezelfde tijd beleef ik voor het eerst live de Mattheuspassie van Johann Sebastian Bach, en eindig ik, puber of niet, mét het slotkoor in tranen.

Geen tijd meer voor zang
In mijn studentenjaren en lang daarna is er geen tijd meer voor zang. Ik werk dan voor de Hogeschool voor Theologie en Pastoraat in Heerlen. Daar worden jonge mensen opgeleid tot priester, pastoraal werker of werkster. Hier wordt dagelijks liturgie gevierd. En in en vanuit de kapel klinkt gregoriaanse en meerstemmige zang van het studentenkoor van Leo Meulenberg, veelal in de traditie van de oecumenische kloostergemeenschap in het Franse Taizé. Ook al zing ik zelf niet mee, zang is voor mij nooit ver weg.

Vanaf mijn 50ste weer actief
Rond mijn 50e levensjaar ga ik weer zelf zingen. Bij een klein kamerkoor ervaar ik het pure zangplezier. In het schildersatelier van een van de zangers komen we op vrijdagavond bij elkaar en zingen elkaar toe met klassieke koormuziek. We beklinken het met een goed glas wijn. Dat smaakt naar méér! Wanneer ik voor mijn werk naar Nijmegen verhuis in 2002 vind ik al snel mijn weg naar het Nijmeegse kamerkoor Sotto Voce. Daar bouw ik in twaalf jaar een mooie ervaring op in oude en modern-klassieke zang, met regelmatige optredens in of rond Nijmegen. Ik treed in deze periode ook toe tot de cantorij van de Stevenskerk, waar ik nu nog steeds actief ben.

Vrolijke musici
Dankzij enkele zangers van de cantorij van de Stevenskerk krijg ik mijn entree bij het Uitvaartensemble Nijmegen. Via het uitvaartensemble ben ik actief geraakt in het landelijke projectkoor Luna in Utrecht. Daarin leggen zangers uit alle windstreken zich toe op zangkunst op hoog amateurniveau. Genoeg te zingen dus. Ik ben intussen 72 maar hoop – zeker bij het Uitvaartensemble Nijmegen – nog een hele tijd ‘van de partij’ te mogen zijn. We leven in een broeierige tijd, maar zoals de canon luidt die ik op de lagere school heb geleerd: ‘Hemel en aarde zullen vergaan, vrolijke musici blijven bestaan!’.

Nieuw in ons repertoire: Song

De titel is misschien weinigzeggend. De uitvoering daarentegen blijkt verrassend mooi en bij uitstek geschikt voor een afscheidsdienst. Het lied Song is daarom onlangs toegevoegd aan ons repertoire. De muziek is van componiste Frea van de Lavoir uit Lith. De tekst is het gedicht van Christina Rossetti (London, 1830-1894). Van deze dichteres is ook de tekst van het bekende Kerstlied ‘In the bleak midwinter’.

Eenvoudig en klein
Frea de Lavoir kwam het gedicht tegen bij een zoektocht naar mooie Engelse teksten. Het gedicht van Christina Rossetti raakte haar direct: “De eenvoud, kleinheid en de onzekerheid in dit gedicht boeide mij. Ik heb de indruk dat er onder die eerste laag nog iets broeit, maar dat is natuurlijk mijn persoonlijke veronderstelling”.

Twee coupletten
Song omvat twee coupletten. Het eerste couplet is wrang. De ik-figuur zegt daarin tegen zijn of haar geliefde die achterblijft: “Als je wilt, houd mij in herinnering en als je wilt, vergeet mij”. Gelukkig volgt daarna: “Plant geen rozenstruik maar wees het groene gras boven mij”. In het tweede couplet, spreekt degene die achterblijft. Die weet niet hoe het zal zijn: “Haply I may remember, haply I may forget”.

4-stemmige setting
Frea besloot om van het gedicht een lied van te maken: “Het gedicht is zeer geschikt voor een zetting met solostem en piano, maar ik dacht aan een 4-stemmige zetting”. Over het resultaat zegt zij: “De zetting is, in overeenstemming met de tekst: niet romantisch-emotioneel met grote dynamische verschillen, maar eenvoudig en fijntjes met een ingehouden emotie. Het dolce in de aanhef slaat niet op de tekst, maar op de muzikale uitvoering.” Het stuk is, met name in het eerste couplet, vaak driestemmig, met wisselende stemcombinaties. Sopraan, alt en tenor hebben regelmatig een eigen zelfstandige lijn; de bas is een echte ondersteunende baspartij. De gedeeltes waar vierstemmig gezongen wordt, hebben iets meer volume.

Aansprekend klankidioom
Frea heeft het stuk bewust niet al te moeilijk gemaakt – in een aansprekend klankidioom – om het uitvoeringsgeschikt te maken voor een goed amateurkoor, zonder al te veel repetitietijd. Juist hierom is het voor ons Uitvaartensemble Nijmegen zo geschikt. Andere koorwerken van Frea zijn complexer, met een ander klankidioom afhankelijk voor wie en welke gelegenheid het werk geschreven is. Voor wat voorbeelden ga naar: https://www.kamerkoortonsurton.nl/informatie/audio-fragmenten

Instuderen met Frea: bijzondere ervaring
Het uitvaartensemble wilde het lied samen met de componiste instuderen. Daarom nodigde het koor haar uit voor de jaarlijkse studiedag van het Uitvaartensemble Nijmegen op 4 september 2019. Dat bleek heel bijzonder te zijn: “Je leert het lied zo heel goed kennen en ook wat de componiste precies wil. Hoe wij het moeten zingen, bijvoorbeeld”, aldus dirigent Hans Meek. Ook Frea zelf was tevreden “Ik heb het instuderen van mijn lied met jullie erg plezierig gevonden. Ik ben nieuwsgierig naar de daadwerkelijke uitvoering op … en wacht de uitnodiging af.”

Uitvoering 22 maart 2020
Inmiddels nieuwsgierig geworden naar het lied? Het Uitvaartensemble Nijmegen brengt Song ten gehore op 22 maart in De Vereeniging tijdens het koorevenement Podium voor de Stad.

Het meditatieve Ubi caritas

Wie kent het niet: Ubi caritas. Een lied met de oude Latijnse tekst: Ubi caritas et amor, deus ibi est. Vertaald: Daar waar vriendschap heerst en liefde, daar is God.

Deze tekst is door de eeuwen heen vele malen op muziek gezet. Het Uitvaartensemble Nijmegen zingt de versie van de Noorse componist Ola Gjeilo (geboren in 1978) en die van de kloostergemeenschap van Taizé. Kortgeleden heeft ons koor ook de compositie van pater Jezuïet, theoloog en componist van kerkmuziek, Joseph Gelineau (1920-2008) in studie genomen. Binnenkort wordt die versie toegevoegd aan het repertoire.

Het Ubi caritas van Taizé en Gelineau is een zogeheten kernvers dat vele keren kan worden herhaald. Daardoor wordt het meditatief van karakter. Tijdens de herhalingen zingen onze sopranen, alten, bassen en tenoren afwisselend de tekst en neuriënd.  Zo klinkt het lied telkens anders.

Het Ubi caritas van Ola Gjeilo is een langere versie die in de katholieke kerk wordt gezongen bij de eucharistieviering en tijdens de voetwassing op Witte Donderdag. Dan wordt herdacht hoe Jezus de voeten van zijn discipelen waste voordat hij met hen voor de laatste keer aan tafel ging.

Alle uitvoeringen van het Ubi caritas zijn stuk voor stuk prachtige kleinoden bij een uitvaart in een kerk of crematorium of bij het graf. De versies van Taizé en Gelineau zijn bijzonder geschikt om te zingen bij aan- of binnenkomst van de stoet of bij het verlaten van kerk of crematorium.

Maria Janssen, sociaal en muzikaal

Sinds 2016 coördineert Maria Janssen de aanvragen voor optredens van het Uitvaartensemble Nijmegen. Het is Maria op het lijf geschreven. Als getogen Nijmegenaar, opgegroeid in het Land van Maas en Waal en actief in allerlei verenigingen en koren, kent ze veel mensen in de regio. Ze vindt het fijn om contact te hebben met de nabestaanden en het hen naar de zin te maken. Zo heeft ze inmiddels menige familie op weg geholpen bij de keuze van de liederen. Maria: “Het persoonlijke contact met de familie is belangrijk. Dan krijg je de hele sfeer rondom de betrokkenen goed mee. En je kunt beter inschatten wat de wensen zijn. In een kerk is het ingewikkelder. Dan heb je te maken met een soort driehoeksverhouding: familie, voorganger, koor. Maar dat is ook een uitdaging.”

Niet alleen het repertoire, ook de samenstelling van een octet is een puzzel: wie kan er wel en wie niet en hoe zorgen we voor een goede balans van zangers. Voor Maria is dat een soort sport. Ze doet er alles aan om aan een aanvraag te kunnen voldoen. Nee zeggen is het laatste waar ze aan denkt. Hoewel het soms echt niet anders kan; omdat er dan al een aanvraag loopt of omdat er te veel zangers afwezig zijn, bijvoorbeeld in vakantietijd. “Maar dan verwijs ik de familie door en heb ik tips zodat ze toch geholpen zijn”, aldus Maria. 

Zelf heeft Maria het koor gevonden via de website van Nijmegen Muziekstad. Daar stond een oproep voor een sopraan. Sinds midden 2014 zingt ze mee. Wat haar aanspreekt is het brede repertoire – zowel lichte muziek als klassiek – en de flexibiliteit van de groep. Verder zit er veel muzikaliteit in het koor. Het niveau is hoog. Het koor heeft de beschikking over een behoorlijk aantal solisten en muziekinstrumentalisten (piano, orgel, gitaar, dwarsfluit). Maria: “Dat maakt dat je aan specifieke wensen tegemoet kan komen. Hoewel niet altijd alles kan, kan er veel wel.”

Maria komt uit een familie waar zingen vanzelfsprekend is. In de auto op weg naar opa en oma in de Achterhoek werden er liedjes gezongen. Later zong zij met een broer en een achterneef en -nicht bij huwelijken en begrafenissen. “Ik heb iets met zingen. Ik vind het fijn als ik met mijn zangtalent iets kan betekenen voor anderen”. In het dagelijkse leven is Maria docent Nederlands en Frans. Dat laatste komt goed uit bij de Franse chansons, dan corrigeert ze het koor met uitspraak en intonatie. Ook is bestuurslid van het Uitvaartensemble Nijmegen.  

Onze ambassadeur: Klopper&Kramer

Het Uitvaartensemble Nijmegen had niet kunnen bestaan zonder ambassadeurs. Een van hen is uitvaartonderneming Klopper&Kramer. Regelmatig wijst zij families op het bestaan van ons koor en zingen wij bij uitvaarten die Klopper&Kramer begeleidt. Hoog tijd dus voor een interview. Onze koorleden Janneke Borghans en Maria Janssen togen daarvoor naar het Uitvaartcentrum Oud-Mariënboom en praatten met Coen Kramer over de rol van muziek bij uitvaarten, over zijn eigen relatie met muziek en natuurlijk over het uitvaartkoor. 

Met de paplepel ingegoten
De ontvangstruimte is van alle gemakken voorzien: fijne fauteuils en cappuccino met roomboterkoekjes. Coen: “Ik ben van jongs af aan door dit werk in al zijn facetten geïnspireerd. Mijn opa is met dit bedrijf begonnen, ongeveer honderd jaar geleden. Mijn vader heeft later met zijn broer en de heer Klopper jr het bedrijf als Klopper&Kramer voortgezet. Die generatie is ermee gestopt en mijn broer Bart en ik zijn er mee doorgegaan”.

Franse chansons en ouderwetse discomuziek
Janneke en Maria informeren eerst naar Coens persoonlijke relatie met muziek. Coen: “Ik kom uit de parochie van de Antonius van Paduakerk. Als kind moest ik altijd mee naar de kerk. Dat ging zo tot in de ’70-er jaren. Was het een stille mis, dan was ik blij omdat deze korter duurde. Maar ik miste wel de muziek. Die was als kind al belangrijk voor mij. Nu heb ik een harde schijf met veel muziek in de auto liggen. Franse chansons, Satie, Chopin, Rachmaninov, maar tegelijkertijd kan ouderwetse discomuziek, Armin van Buuren of Tiësto door de speakers schallen”.

Platgedraaide cd’s
Als het gesprek komt op muziek bij uitvaarten steekt Coen zijn mening niet onder stoelen of banken: “Er moet veel meer live muziek bij uitvaarten komen. Ik ben helemaal klaar met die cd’s. Dan komt De steen van Paul de Leeuw weer voorbij. Platgetrapt….”. Coen snapt echter heel goed dat het niet makkelijk is. Wat is het alternatief? “Vaak is het door gebrek aan vrijwilligers moeilijk om een goed kerkkoor draaiende te houden. Er zijn kerken die naar vervanging zoeken in de vorm van een vrijwilligerskwartet”. Maria herkent dit: “In Malden zit een enthousiaste kapelaan, die steeds minder vaak een eigen kerkkoor ter beschikking heeft. Toen hij ons een keer had horen zingen, stak hij meteen onze flyer in zijn borstzak. Nu hebben we al een aantal keren in Malden gezongen”.

Het kan anders: gospelmuziek 
Gelukkig is er hoop, volgens Coen Kramer: “Het aantal uitvaarten in kerken neemt nog steeds af en veel mensen kiezen voor niet-religieuze ruimten. Daar liggen alle mogelijkheden open”. Een tijdje terug kreeg hij het verzoek van twee dochters om klassieke gospelmuziek te laten horen bij een uitvaart. Vanuit Amstelveen heeft hij toen een groep charmante Antilliaanse vrouwen in paarse jurken met een instrumentaal ensemble kunnen regelen. Coen: “Dat leverde een geluid op! Iedereen werd er stil van. Fantastisch”. Maar het blijft een kwestie van kiezen. Je hebt als familie een bepaald budget: geef je dat uit aan een bijzondere kist, de bloemen of pak je uit na afloop van de uitvaart met een koffietafel? Een koor of ander muziekoptreden wordt dan gezien als een extra uitgave.
 
Zingen is de beste reclame
Gelukkig ziet het uitvaartensemble Stemmen van troost het aantal aanvragen langzaam maar zeker toenemen. Dit heeft deels te maken met de groeiende bekendheid van het koor. Coen: “Meer dan eens zijn jullie door ons gebeld, simpelweg omdat nabestaanden jullie hadden horen zingen”. Maria: “Wij staan in de landelijke Uitvaartadressengids. Op die manier kregen we een verzoek uit Friesland. Die mensen wilden iets bijzonders bij een uitvaart, wat het plaatselijke kerkkoor niet kon bieden. Helaas waren wij verhinderd vanwege andere activiteiten in de eigen regio. Maar: met wat vergoeding voor de extra reiskosten waren we graag gegaan!’

Koorkwaliteit boven alles
Zingen is de beste reclame. Maar uiteindelijk gaat het om de kwaliteit. Coen: “Het verschil met een professioneel koor is de laatste tijd bij jullie aanzienlijk kleiner geworden”. Janneke Borghans kan dat beamen: “Enkele zangers met stemproblemen zijn gestopt. En we houden strenge audities. Ook investeren we in samenzang. We organiseren studiedagen en treden regelmatig op buiten uitvaarten en afscheidsdiensten om. Zo hopen we telkens een beetje beter te worden”. Maria vult aan: ‘Bij de samenstelling van een octet kijken we goed naar het juiste evenwicht binnen de stempartijen: een sterkere naast een zwakkere zanger. Als er iemand uitvalt, moet je voldoende dragende stemmen over hebben”.

Margaret de Groot Vlasveld: betrokken en dicht bij de mensen

Al op jonge leeftijd werd haar gevraagd om lezingen te doen en te assisteren bij avondwakes en later bij uitvaarten. Eerst samen met een priester, later zelfstandig. Margaret legt uit: “Het was een logisch verlengde van mijn werk in de zorg waar zingevingsvragen en rouw rond het levenseinde vaak spelen. Vanuit deze interesse ben ik later theologie gaan studeren”. Nu begeleidt ze uitvaarten in het zorgcentrum Joachim en Anna. Daarbij schakelt ze regelmatig  het Uitvaartensemble Nijmegen in. Voldoende reden om deze bijzondere vrouw nader te leren kennen. Boudewien Ephraim, koorlid van het Uitvaartensemble Nijmegen, interviewde haar.

Jij was als pastor in verpleeghuis Joachim en Anna, vanaf het begin betrokken bij het Uitvaartensemble. Hoe dat is gegaan?
Als pastor van de Waalboog en uitvaartbegeleider merkte ik dat er behoefte was aan een koor om het afscheid van overledenen op een mooie manier vorm te geven. Ik kwam toen in contact met Jan Bredie, de oprichter van het Uitvaartensemble Nijmegen. Hij liep al langer met het idee rond om een uitvaartkoor te beginnen. Samen met dirigente Anca Veldpaus hebben we toen een jaar lang voorbereidend werk gedaan: contacten leggen met uitvaartondernemingen en met geïnteresseerde zangers. Op 11 januari 2012 vond de oprichtingsvergadering plaats. Ik vond dat de naam eenvoudig en duidelijk moest zijn. Dat is gelukt: de titel Uitvaartensemble Nijmegen geeft precies weer wat jullie doen: koorzang bieden bij uitvaarten in de omgeving van Nijmegen. De ondertiteling ‘Stemmen van Troost’ verwijst naar de nabijheid van de menselijke stem bij een uitvaart. Dat is wat we wilden uitstralen.

Is er de laatste 15 – 20 jaar iets veranderd bij hoe mensen vorm en inhoud willen geven aan een afscheid?
Vroeger stond het gezicht van de dode, het hoofdeinde van de kist, gericht naar het altaar, nu is het gezicht gericht naar de nabestaanden. Zij staan centraal. Daarom probeer ik mij open te stellen voor de wensen van de partners, kinderen en kleinkinderen van de nabestaanden. Het kost mij al gauw 2-3 uur om erachter te komen wat iedereen wil. Recent vroegen kleinkinderen om een nummer van K3. Ik wist niet eens wat het was, maar voor deze kinderen was het belangrijk: een blijvende herinnering aan de begrafenis van hun oma. Overigens zitten de belangrijkste thema’ s liefde, leven, dood, verdriet, afscheid bijna in alle liederen en gedichten verwerkt. Kijk naar songs als Tears in heaven, Dust in the wind en Let it be. Die gaan over de kwetsbaarheid van het menselijk bestaan en het verlangen naar een hemel. Wat ik ook merk is dat niet religieuze mensen er totaal geen moeite mee hebben om te luisteren naar een lied over een Goddelijk thema. Vooral als dat ook nog in een andere taal is. Hoeveel mensen worden niet geroerd door de Mattheus passie?

Je kent ons al een aantal jaren. Zie of hoor je een ontwikkeling?
Zeker! Ik heb jullie jaarconcert bezocht en was verrast door de verbreding: er zijn veel nieuwe nummers bijgekomen. Funeral Ikos van Tavener bijvoorbeeld, vond ik prachtig. In de uitvoering is meer samenklank gekomen en de stemmen en stemgroepen hebben zich meer ontwikkeld. Ik merk dat het bij jullie gaat om het zingen naar de mensen toe om hun troost te bieden en niet om een geslaagd optreden. Jullie denken ook goed mee met de nabestaanden over de invulling van het repertoire en hebben liederen voor een breder publiek zoals Morning has brokenBridge over troubled water en Cent mille chansons. Bijna alles wat de nabestaanden wensen, kan. En niet onbelangrijk: jullie prijs/kwaliteit verhouding klopt.

Heb je zelf favoriete nummers, liederen of repertoireadviezen?
Ik ben een echte Bach liefhebber dus Jesus bleibet meine freunde en Wenn ich einmal soll scheiden zijn mijn favorieten. Maar Lascia ch’io piano van Händel vind ik ook mooi. En de Taize-liederen, vooral als ze zacht worden gezongen of geneuried tijdens de communie of bij de voorbeden. Populaire liederen zou ik zelf niet zo kiezen maar ze horen wel thuis in het uitvaartrepertoire. En zonder op de populaire toer te gaan: het mooie lied Mag ik dan bij jou van Claudia de Brey kan ook best op de repertoirelijst.

Nieuwe ervaring: Gregoriaans gelegenheidskoor

Op 6 augustus 2015 namen 3 leden van het Uitvaartensemble Nijmegen deel aan een gelegenheidskoor dat speciaal was samengesteld om de uitvaart van de heer Jan Donders (83) te Nijmegen op te luisteren. Behalve Bram Wildeman, Gerard Broess en Lex Hustinx van het Uitvaartensemble Nijmegen, namen nog een 9 tal andere heren deel  van de Schola Karolus Magnus, het koor van de Ontmoetingskerk in Dukenburg en enkele ‘losse heren’. Samen zongen zij een uitgebreide versie van de Gregoriaanse Missa pro Defunctis en enkele andere gezangen onder leiding van dirigent Jos Snijders. Volgens Lex Hustinx was het even wennen aan een vreemde dirigent en dito interpretatie, maar geleidelijk wende het, en uiteindelijk heeft het koor voor de familie zo goed mogelijk gezongen!

Uitvaartensemble Nijmegen in Afscheidswijzer Nijmegen

Het Uitvaartensemble Nijmegen treedt op dinsdag 30 september om 16.00 uur op bij de presentatie van de Afscheidswijzer Nijmegen in het Crematorium Jonkerbos in Nijmegen. 

De Afscheidswijzer Nijmegen bevat een veelheid aan praktische en nuttige informatie over wat er allemaal komt kijken bij een uitvaart. Ook biedt het een overzicht van leveranciers en dienstverleners die producten en diensten voor palliatieve zorg, uitvaart, rouwverwerking en nalatenschap verzorgen in de regio Nijmegen. Het eerste exemplaar van de Afscheidswijzer Nijmegen is uitgereikt op dinsdag 30 september om 16.00 uur op Crematorium Jonkerbos in Nijmegen.

De Afscheidswijzer is een initiatief van Wijzer Communicatie en verschijnt in alle grote steden in Nederland. Als u belangstelling heeft voor een exemplaar, neemt u dan contact op met Matti Baggerman, 06 5422 3891 of stuur een mail naar [email protected]