Het begon met het gregoriaans
Bij uitvaarten worden we dikwijls gevraagd om ook gregoriaans te zingen. Dat doen we graag. Het gregoriaanse requiem is onderdeel van ons repertoire. Een deel daarvan laten we horen op ons najaarsconcert op 25 oktober as. We hebben Bram Verheijen gevraagd om ons te helpen bij de voorbereiding daarvan. Op 24 september is hij bij een repetitie aanwezig in de Dominicuskerk te Nijmegen.
Wie is Bram Verheijen?
Bram Verheijen studeerde Engels en musicologie aan de Radboud Universiteit. Daarna studeerde hij vocale oude muziek aan het conservatorium in Tilburg waarbij hij zich specialiseerde in het gregoriaans. In Nijmegen dirigeerde hij diverse koren waaronder Cappella Vacalis (koor aan de Waal); het eerste koor waarmee Bram oude muziek zong. Sinds 2010 werkt Bram op de Abdij van Egmond in Egmond Binnen.
Liturgie of concert
Tijdens uitvaarten is het gregoriaans onderdeel van de liturgie. Maar op 25 oktober is het onderdeel van een optreden. Bram: “Je ziet dat in de moderne tijd het gregoriaans is losgekomen van de liturgie. En daarmee ook van de tekst. Niet veel mensen geloven nog namelijk. Maar ook als je niet gelovig bent, kun je de tekst op je in laten werken en die proberen uit te dragen. Op die manier kan de muziek worden beleefd zoals die oorspronkelijk is bedoeld.” Bram is ervan overtuigd dat het publiek dat merkt.
Gregoriaans: eerste muziek die is opgeschreven
Het gregoriaans is de allereerste muziek die in de westerse wereld is opgeschreven. Dat opschrijven van muziek was een belangrijke overgang. Muziek kon nu bewaard en verspreid worden, en muzikanten konden ingewikkeldere stukken uitvoeren. Maar er ging ook iets verloren. Bram: “De zwarte puntjes op papier, dat is geen muziek. En niet alles wat muziek levendig maakt, past in noten op papier: kleine versieringen, gevoel en persoonlijke inbreng.” Als koor herkennen wij dat goed. Wij worden voortdurend uitgedaagd om los te komen van de bladmuziek en naar elkaar te luisteren. Pas dan klinken de stemmen samen en wordt het muziek.
Terug naar de basis
Hoe klonk het gregoriaans oorspronkelijk nog voordat er iets op schrift stond? Daarvoor gaan we terug naar de basis: de spreekstem. Bram legt uit: “Het begon met de spreekstem en later ontwikkelde zich dat tot zingen. Dat betekent niet dat zang- en spreekstem van elkaar verschillen. Het is hetzelfde instrument.” Om met de spreekstem te beginnen, oefenen we een laag uh of oe geluid. Als zangers valt het niet mee om dat na te doen. Al gauw lijkt het op zingen. Maar na verloop van tijd lukt het om een mooie gezamenlijke grondtoon te maken.
Alles draait om ademhaling
Bram vertelt: “De inademing is een gegeven. Die komt vanzelf. Het enige wat je hoeft te doen, is je ervoor open te stellen, te ontvangen. Je kunt volledig ontspannen. Bij de uitademing geven we iets terug, dat is onze zang.” In een kring laat Bram ons dat ervaren. Terwijl we het ‘In paradisum’ zingen, ademen we op de rustmomenten op Bram’s aanwijzing tegelijkertijd in. Het effect is verrassend. We worden één stem en één ademhaling.
Van medeklinker naar medeklinker
Als laatste wijst Bram ons op het volgende: “Het gregoriaans gaat van medeklinker naar medeklinker. Daartussenin ontstaat de klank als vanzelf.” Ook dat oefenen we samen. En zo wordt het een leerzame middag. Het concert op 25 oktober aanstaande zien we met vertrouwen tegemoet.

