Presentatieconcert Sint-Joriskerk in Heumen

Heumen, zaterdag 25 oktober 2025 – Twee uur voor aanvang van ons presentatieconcert in Heumen, meldt onze dirigent Jelle Hoksbergen zich af wegens familieomstandigheden. Hij adviseert ons: “Laat het concert vooral doorgaan …dat komt met de reserve-dirigenten best goed”.

We regelen onderling dat onze kersverse reserve-dirigent Joke Pruin-Boer het eerste deel van het concertprogramma dirigeert en onze oud-dirigent Hans Meek het tweede. Organist Joseph Steenbrink neemt de pianobegeleiding van Jelle over van de solopartij van Hans Meek – het gedicht ‘Voor een dag van morgen’ van Hans Andreus op muziek van Antoine Oomen. Het instuderen vindt plaats als de gasten al binnendruppelen.

De Sint-Joriskerk zit met 70 bezoekers net niet vol. Zij hebben een mooi programmaboekje op hun schoot met als titel ‘De liefsten’, een fragment uit het gedicht ‘Langzaam zie ik hen gaan’ van Ida Gerhardt op muziek gezet door Felicity Goodwin naar Bach. We vertellen het publiek dat onze dirigent Jelle Hoksbergen helaas verhinderd is, maar beloven een mooi concert.

En dat lukt. We laten horen welke liederen we voordragen bij uitvaarten. Het zijn stuk voor stuk juweeltjes. Het publiek is verrast door de afwisseling in sfeer en dynamiek van de liederen. Maar ook omdat we de liederen larderen met mooie afscheidsgedichten, prachtig voorgedragen door Bram Wildeman. Zijn stem is er helemaal voor gemaakt. Behalve het lied ‘Langzaam zie ik hen gaan’ waarbij Joseph Steenbrink ons begeleidt op het orgel, zingen we alle liederen a capella.

Eén koorstuk is nieuw en speciaal ingestudeerd voor dit concert. Dat is het requiem ‘Seele vergiß sie nicht’ van Peter Cornelius. Aan dit koorstuk besteden we aandacht in het volgende bericht in dit blog.

In de Sint-Joriskerk vinden vaker concerten plaats. De kerk is klein. Er mogen niet meer dan 100 personen in. Dat maakt het makkelijk intiem. Wat ook opvalt is de mooie akoestiek. We hoeven niet hard te zingen. Daardoor kunnen we ontspannen en echt opgaan in de liederen.

Klik hier voor het volledige programma van ons concert op 25 oktober 2025.

 

Uitgelicht: Bridge over troubled water

Bridge over Troubled Water is een van de bekendste en meest geliefde liedjes van het duo Simon & Garfunkel. Het is een krachtig troostend en hoopvol lied dat naadloos past in ons koorrepertoire. De titel verwijst naar een brug die iemand veilig over woelig water helpt – een metafoor voor steun, vriendschap en onvoorwaardelijke liefde in moeilijke tijden. Het uitvaartensemble voert het uit met pianobegeleiding.

Het lied werd uitgebracht in 1970 als titelnummer van het laatste gezamenlijke studioalbum van het duo Simon & Garfunkel. Het nummer werd wereldwijd een groot succes en won meerdere Grammy Awards, waaronder Song of the Year en Record of the Year. Tot vandaag is Bridge over Troubled Water een lied dat raakt. Luisteraars herkennen zich in de persoonlijke kwetsbaarheid en de steun van vrienden op cruciale momenten.

Over de artiesten

Paul Simon (1941) is de componist en tekstschrijver van het lied. Hij staat bekend om zijn poëtische teksten en vernieuwende muziek, met invloeden uit de folk-, rock- en wereldmuziek.
Art Garfunkel (1941) is vooral bekend om zijn prachtige zangstem. Zijn stemgeluid, helder en gevoelig, gaf het duo hun unieke klank.
Samen vormden ze in de jaren zestig een van de meest succesvolle folkrockduo’s, totdat ze kort na het uitkomen van het album Bridge over troubled water uit elkaar gingen.

Klik hier voor de liedtekst van Bridge over troubled water.

 

O salich, heylig Bethlehem, een juweeltje onder de kerstliederen

Het is bijna kerst. Een mooi moment om een van onze kerstliederen bij u onder de aandacht te brengen: O salich, heylich Betlehem.

O salich heylich Bethlehem is van oorsprong een oud-Nederlands/Vlaams kerstlied uit de 16e eeuw. We zongen dit lied op vrijdag 20 december tijdens de kerstviering ‘Festival of Lessons and Carols’ in de Boskapel in Nijmegen. In de zetting van Guilielmus Messaus (1589-1640).

Guilielmus Messaus (1589-1640) begon zijn loopbaan als componerende schoolmeester en koster in één van de Antwerpse kerken. Maar vanwege zijn recalcitrante gedrag werd hij ontslagen. In 1620 werd hij zangmeester aan de Sint-Walburgiskerk in Antwerpen. Hij bleef daar tot aan zijn dood. Hoewel zijn komst ook daar tot conflicten leidde. Hij weigerde een gregoriaanse requiemmis uit te voeren. Toen een ander koor inviel, ging hij de dirigent te lijf en overstemde het gregoriaans met het meerstemmige gezang van zijn eigen koor.  Dat kwam hem duur te staan. Hij werd tijdelijk geschorst.

O salich, heylich Betlehem is het niet het enige kerstlied waarvoor Guilelmus Messaus een koorarrangement schreef. Hij heeft zeker nog negen van de kerstliederen uit de Laudes Vespertinae uit 1629 gecomponeerd. Het zijn eenvoudige vierstemmige zettingen van traditionele kerstliederen uit de late middeleeuwen. Gelukkig zijn deze kerstliederen bewaard gebleven.

 

Onder de walnotenboom

Middelaar, 24 juni 2020 – Het Uitvaartensemble Nijmegen repeteert voor het eerst weer sinds 4 maart 2020 onder een walnotenboom in de buitenlucht bij een van de koorleden thuis. Het is de eerste keer na de uitbraak van het Cvid-19 virus dat de koorleden elkaar weer in levende lijve ontmoeten. “Het is fijn om weer bij elkaar te zijn. En de plek waar we zingen is  heerlijk. Onder een  boom blijkt een goede akoestiek”, aldus een van de koorleden.  De maanden juli en augustus houdt het koor zoals gewoonlijk een zomerstop. In september starten de repetities weer, in de ruime Dominicuskerk te Nijmegen.

Ik noem jouw naam

‘Ik noem jouw naam’ wordt regelmatig gekozen door nabestaanden. Het lied prijkt al langer op onze repertoirelijst. De tekst is van Fieke Bijmans uit Wijchen en de muziek van Guus Kuijs uit Overasselt. Hoe de tekst en de muzieknoten elkaar hebben gevonden, leggen dirigent Hans Meek en de dichteres Fieke Bijmans hieronder uit.

Hans Meek kent Fieke Bijmans via verpleeghuis De Weegbree in Wijchen. Hans licht toe: “Mijn vrouw is daar lange tijd geestelijk verzorger geweest en nodigde Fieke en mij uit om samen te musiceren voor de bewoners in vieringen en herdenkingsbijeenkomsten. We speelden en spelen nog steeds duetten voor blokfluit en piano of voor twee blokfluiten”. Hans kreeg  lucht van de dichterskwaliteiten van Fieke en van het gedicht ‘Ik noem jouw naam’.

Fieke Bijmans: “Ruim veertig jaar geleden overleed een dierbare mens in mijn leven, en ongeveer twintig jaar na zijn overlijden kwam er een heel klein in memoriam uit mijn pen. Soms hebben woorden tijd nodig. De afgelopen jaren is het gedichtje zijn eigen weg gegaan, het kwam tevoorschijn bij herdenkingsvieringen en uitvaarten.” Pas later is het gedicht op muziek gezet. Fieke speelde blokfluit samen met Guus Kuijs, docent bij de muziekschool in Wijchen. Naast fluitist bleek Guus ook een goede componist. Fieke: “Guus heeft heel veel teksten op muziek gezet waaronder ook mijn gedicht.”

Hans: “Ik vond de sfeer en en het onderwerp goed passen bij ons ensemble en met enkele aanpassingen hebben we het opgenomen in ons repertoire.” Een fragment van het lied is te beluisteren op onze website. Het geheel is te horen op YouTube. Hans: “Wij hebben het lied als geheel opgenomen. Fotograaf Frank Kouws heeft er een videoopname van gemaakt en het resultaat op youtube geplaatst.” Tot voor kort was de muzikale uitvoering van ‘Ik noem jouw naam’ niet te vinden op internet. Het Uitvaartensemble Nijmegen heeft daar nu verandering in gebracht.

Bij uitvaarten biedt ‘Ik noem jouw naam’ troost en herkenning. Fieke: “Toen ik dit kleine gedicht schreef wist ik niet dat het ooit een echt lied zou worden. Het raakte me toen ik het voor het eerst hoorde zingen door het Uitvaartensemble Nijmegen. Ik kan het lied alleen maar een goede muzikale reis wensen samen met de koorleden”.

Raken aan de eeuwigheid

Onze bas Lex Hustinx over het zingen bij het Uitvaartensemble Nijmegen

In 2012 – het Uitvaartensemble Nijmegen is dan in oprichting – word ik benaderd om mee te zingen. Het ensemble heeft als ideaal om bij uitvaarten troost te bieden aan nabestaanden, met zang van hoge kwaliteit. Een nieuw koor vormen met dit ideaal spreekt mij aan. Hartstochtelijk wordt er gerepeteerd en zoeken we uit hoe we ons kunnen profileren. Eerst onder de bezielende leiding van Anca Veldpaus. Later volgen Hans Meek als eerste en Bram Wildeman als tweede dirigent. Met elkaar bouwen we aan een ruim en divers repertoire en geleidelijk groeien we in samenhang en klankkleur.

Raken aan de eeuwigheid
Ik kan alleen maar zeggen dat het voor mij een geluk is in dit ensemble mee te mogen zingen. Soms ervaar ik met het uitvaartkoor het gevoel te ‘raken aan de eeuwigheid’. Je mérkt tijdens uitvaarten dat zingenderwijs met de nabestaanden een bijzondere verbondenheid groeit in het gedenken van de overledene. Dat is geen automatisme. Je hóópt telkens weer dat onze zang ruimte schept voor gevoelens van verdriet, gemis, of dankbaarheid. ‘Daar doen we het voor’, zeg je dan bij jezelf als dat gebeurt. Het is géén effectbejag, we willen vooral dienen. Als koor zijn we steeds oprecht verheugd wanneer we van familie of andere aanwezigen horen dat de muziek hen geraakt heeft. Dit maakt, samen met het plezier dat we tijdens onze veertiendaagse repetities en bij onze concerten beleven, dat ik het meezingen in het Uitvaartensemble Nijmegen als een waar voorrecht ervaar.

Twaalfjarig jongetje
Het gevoel te raken aan de eeuwigheid ervaar ik voor het eerst als twaalfjarig jongetje. Ik maak als gymnasiast deel uit van de ‘kleine schola’ van het Sint-Bernardinuscollege, een grote middelbare school van de paters Franciscanen in Heerlen. Elke zondagmorgen om half negen luistert dit koortje van jongenssopranen de mis op met serene gregoriaanse zang. Dat doen we in de kloosterkapel onder leiding van pater Vermeulen. Na een paar jaar zingen in de schola van het Sint-Bernardinuscollege doet de puberteit haar intrede. Dan is het is gedaan met mijn sopraanstem en verlaat ik het koor. Thuis blijf ik wel zingen. Op familieavondjes kruip ik regelmatig achter de piano om het ‘familiekoor’ te begeleiden. En bij de afwas zingen we met ons grote gezin uit volle borst afwasliedjes. Diezelfde tijd beleef ik voor het eerst live de Mattheuspassie van Johann Sebastian Bach, en eindig ik, puber of niet, mét het slotkoor in tranen.

Geen tijd meer voor zang
In mijn studentenjaren en lang daarna is er geen tijd meer voor zang. Ik werk dan voor de Hogeschool voor Theologie en Pastoraat in Heerlen. Daar worden jonge mensen opgeleid tot priester, pastoraal werker of werkster. Hier wordt dagelijks liturgie gevierd. En in en vanuit de kapel klinkt gregoriaanse en meerstemmige zang van het studentenkoor van Leo Meulenberg, veelal in de traditie van de oecumenische kloostergemeenschap in het Franse Taizé. Ook al zing ik zelf niet mee, zang is voor mij nooit ver weg.

Vanaf mijn 50ste weer actief
Rond mijn 50e levensjaar ga ik weer zelf zingen. Bij een klein kamerkoor ervaar ik het pure zangplezier. In het schildersatelier van een van de zangers komen we op vrijdagavond bij elkaar en zingen elkaar toe met klassieke koormuziek. We beklinken het met een goed glas wijn. Dat smaakt naar méér! Wanneer ik voor mijn werk naar Nijmegen verhuis in 2002 vind ik al snel mijn weg naar het Nijmeegse kamerkoor Sotto Voce. Daar bouw ik in twaalf jaar een mooie ervaring op in oude en modern-klassieke zang, met regelmatige optredens in of rond Nijmegen. Ik treed in deze periode ook toe tot de cantorij van de Stevenskerk, waar ik nu nog steeds actief ben.

Vrolijke musici
Dankzij enkele zangers van de cantorij van de Stevenskerk krijg ik mijn entree bij het Uitvaartensemble Nijmegen. Via het uitvaartensemble ben ik actief geraakt in het landelijke projectkoor Luna in Utrecht. Daarin leggen zangers uit alle windstreken zich toe op zangkunst op hoog amateurniveau. Genoeg te zingen dus. Ik ben intussen 72 maar hoop – zeker bij het Uitvaartensemble Nijmegen – nog een hele tijd ‘van de partij’ te mogen zijn. We leven in een broeierige tijd, maar zoals de canon luidt die ik op de lagere school heb geleerd: ‘Hemel en aarde zullen vergaan, vrolijke musici blijven bestaan!’.

Herdenkingswandeling Begraafpark Heilig Land Stichting

Zondag 3 november 2019 – Een prachtige herdenkingswandeling door het herfstige Begraafpark Heilig Land Stichting. Kunsthistoricus Marie Christine Walraven las tijdens de wandeling gedichten voor en het Uitvaartensemble Nijmegen zong een twaalftal liederen uit haar repertoire. Na afloop dronken de deelnemers gezamenlijk koffie en thee in de Piet Gerritszaal. Voor de ingang brandden vuurkorven.

Een van de gedichten die werd voorgelezen:

Vertrekken

Sterven is aan een verre reis beginnen
zoals eeuwen terug bij tropentochten
intiem afscheid werd genomen: de zinnen
vol zwaarte als er zwijgend werd gevochten.

Sterven is een oervorm van emigreren
maar zonder brieven, telefoon of internet;
je groet, je zoekt een synoniem voor straks,
maar je weet dat jij niet zo terug zult keren.

Sterven is met een scherpe verrekijker
wat je vast geloofde heel dichtbij halen:
het licht behoudt zijn effectieve stralen,
de spiegel verbrijzelt, een visie rijker.

Sterven is ook je wensen achterlaten:
hopen dat op God’s tijd, de beste tijd,
de zo zorgzamen zullen volgen; straten
en huizen voldoende, in eeuwigheid.

L.L. Bouwers

Nieuw in ons repertoire: Song

De titel is misschien weinigzeggend. De uitvoering daarentegen blijkt verrassend mooi en bij uitstek geschikt voor een afscheidsdienst. Het lied Song is daarom onlangs toegevoegd aan ons repertoire. De muziek is van componiste Frea van de Lavoir uit Lith. De tekst is het gedicht van Christina Rossetti (London, 1830-1894). Van deze dichteres is ook de tekst van het bekende Kerstlied ‘In the bleak midwinter’.

Eenvoudig en klein
Frea de Lavoir kwam het gedicht tegen bij een zoektocht naar mooie Engelse teksten. Het gedicht van Christina Rossetti raakte haar direct: “De eenvoud, kleinheid en de onzekerheid in dit gedicht boeide mij. Ik heb de indruk dat er onder die eerste laag nog iets broeit, maar dat is natuurlijk mijn persoonlijke veronderstelling”.

Twee coupletten
Song omvat twee coupletten. Het eerste couplet is wrang. De ik-figuur zegt daarin tegen zijn of haar geliefde die achterblijft: “Als je wilt, houd mij in herinnering en als je wilt, vergeet mij”. Gelukkig volgt daarna: “Plant geen rozenstruik maar wees het groene gras boven mij”. In het tweede couplet, spreekt degene die achterblijft. Die weet niet hoe het zal zijn: “Haply I may remember, haply I may forget”.

4-stemmige setting
Frea besloot om van het gedicht een lied van te maken: “Het gedicht is zeer geschikt voor een zetting met solostem en piano, maar ik dacht aan een 4-stemmige zetting”. Over het resultaat zegt zij: “De zetting is, in overeenstemming met de tekst: niet romantisch-emotioneel met grote dynamische verschillen, maar eenvoudig en fijntjes met een ingehouden emotie. Het dolce in de aanhef slaat niet op de tekst, maar op de muzikale uitvoering.” Het stuk is, met name in het eerste couplet, vaak driestemmig, met wisselende stemcombinaties. Sopraan, alt en tenor hebben regelmatig een eigen zelfstandige lijn; de bas is een echte ondersteunende baspartij. De gedeeltes waar vierstemmig gezongen wordt, hebben iets meer volume.

Aansprekend klankidioom
Frea heeft het stuk bewust niet al te moeilijk gemaakt – in een aansprekend klankidioom – om het uitvoeringsgeschikt te maken voor een goed amateurkoor, zonder al te veel repetitietijd. Juist hierom is het voor ons Uitvaartensemble Nijmegen zo geschikt. Andere koorwerken van Frea zijn complexer, met een ander klankidioom afhankelijk voor wie en welke gelegenheid het werk geschreven is. Voor wat voorbeelden ga naar: https://www.kamerkoortonsurton.nl/informatie/audio-fragmenten

Instuderen met Frea: bijzondere ervaring
Het uitvaartensemble wilde het lied samen met de componiste instuderen. Daarom nodigde het koor haar uit voor de jaarlijkse studiedag van het Uitvaartensemble Nijmegen op 4 september 2019. Dat bleek heel bijzonder te zijn: “Je leert het lied zo heel goed kennen en ook wat de componiste precies wil. Hoe wij het moeten zingen, bijvoorbeeld”, aldus dirigent Hans Meek. Ook Frea zelf was tevreden “Ik heb het instuderen van mijn lied met jullie erg plezierig gevonden. Ik ben nieuwsgierig naar de daadwerkelijke uitvoering op … en wacht de uitnodiging af.”

Uitvoering 22 maart 2020
Inmiddels nieuwsgierig geworden naar het lied? Het Uitvaartensemble Nijmegen brengt Song ten gehore op 22 maart in De Vereeniging tijdens het koorevenement Podium voor de Stad.

Gerard Broess: onze nestor

Eens in de zoveel tijd laten we een koorlid aan het woord. Dit keer is Gerard Broess aan de beurt. Hij is tenor en inmiddels het oudste koorlid. Van alle koorleden is hij het meest vertrouwd met het gregoriaans. Het koor doet regelmatig een beroep op hem bij het instuderen daarvan. In dit bericht vertelt Gerard over zijn liefde voor het gregoriaans.

Staand zingen op een knielbank
Ruim 75 jaar geleden werd ik, Gerard Broess lid van een jongenskoor. Jacques Gielen, hoofdonderwijzer mijn lagere school, leidde dat koor. Elke schooldag werd er tussen de middag een half uur gerepeteerd onder zijn bezielende leiding. Het repertoire was veelzijdig. Er werd veel aandacht besteed aan het gregoriaans. Samen met het mannenkoor luisterden wij de destijds veel voorkomende katholieke feestdagen op. Van lieverlee mocht ik in de kerk staand op een knielbank solo een gregoriaans lied zingen. Rorate Ceali was mijn lievelingslied, vooral het couplet Consolamini.

Het gregoriaans werd dagelijkse kost
Langzamerhand werd voor mij de wereld groter. Ik wilde cowboy worden. Mijn heeroom overtuigde mij er echter van dat dat beroep op uitsterven stond en alleen nog in films en boeken voor kwam. Misschien was missionaris een goed alternatief? En zo kwam ik op het seminarie. Ik werd cantor samen met nog vijf medestudenten en maakte kennis met Floris van de Putt, in katholieke kringen een zeer gewaarde dirigent en componist. Floris wijdde ons dagelijks in het zingen van vooral gregoriaanse liederen in. We leerden dat het gregoriaans niet was gecomponeerd maar noodzakelijkerwijs was ontstaan omdat de menselijke spreekstem niet ver genoeg droeg. Floris kon niet genoeg benadrukken dat het zingen van de tekst toentertijd de oplossing was om het geloof aan een groot aantal bijeen gestroomde mensen te verkondigen. De nadruk lag dus op de betekenis van de tekst, niet op de muziek. ‘Weet wat je zingt’ was Floris’ adagium.

Als één stem
De liederen moesten ook klinken alsof het door één stem gezongen werd. Ik hoor Floris nog de solisten onder ons vermanend toespreken: “Ik wil jou niet horen, maar ons”. Soms gaf hij ons de opdracht om een tekst uit missaal of bijbel spontaan zingend te verkondigen. Dat maakt dat ik nog altijd de gewoonte heb om bij het lezen van een mij aansprekend gedicht de tekst als vanzelfsprekend te declameren en te zingen.

Thuiskomen
Rond mijn zeventiende jaar sloeg de twijfel omtrent geloofszaken toe. Ik verliet het seminarie en rondde mijn middelbare schooltijd samen met vrouwelijke klasgenoten af. Na een ‘stille’ periode van 25 jaar ben ik weer in koorverband gregoriaans gaan zingen. Het voelde als thuiskomen. Toen het Uitvaartensemble Nijmegen gevraagd werd om gregoriaanse liederen te zingen, heb ik mijzelf opgeworpen om het koor daarbij te begeleiden.

Klare taal
Het gregoriaans past in de kerkelijke traditie van afscheid nemen van de overledene. Hoe moet de overledene anders worden toegewenst dat de engelen hem of haar begeleiden naar het paradijs? En hoe kun je anders worden overtuigd met het Ego sum resurrectio et vita: “Ik ben de verrijzenis en het leven; wie in mij gelooft zal leven, ook al is hij gestorven. Iedereen die leeft en in mij gelooft zal in eeuwigheid niet sterven.” Zo, dat is klare taal en die zing ik graag.

Mannen en vrouwen
Overigens zingen bij het Uitvaartensemble Nijmegen de vrouwen en mannen samen gregoriaans. Vroeger was dat ondenkbaar en mocht het gregoriaans alleen door mannen gezongen worden. Dat paste toen in de sfeer van algehele achterstelling van vrouwen in de katholieke kerk. Gelukkig is dat nu achterhaald.

Het meditatieve Ubi caritas

Wie kent het niet: Ubi caritas. Een lied met de oude Latijnse tekst: Ubi caritas et amor, deus ibi est. Vertaald: Daar waar vriendschap heerst en liefde, daar is God.

Deze tekst is door de eeuwen heen vele malen op muziek gezet. Het Uitvaartensemble Nijmegen zingt de versie van de Noorse componist Ola Gjeilo (geboren in 1978) en die van de kloostergemeenschap van Taizé. Kortgeleden heeft ons koor ook de compositie van pater Jezuïet, theoloog en componist van kerkmuziek, Joseph Gelineau (1920-2008) in studie genomen. Binnenkort wordt die versie toegevoegd aan het repertoire.

Het Ubi caritas van Taizé en Gelineau is een zogeheten kernvers dat vele keren kan worden herhaald. Daardoor wordt het meditatief van karakter. Tijdens de herhalingen zingen onze sopranen, alten, bassen en tenoren afwisselend de tekst en neuriënd.  Zo klinkt het lied telkens anders.

Het Ubi caritas van Ola Gjeilo is een langere versie die in de katholieke kerk wordt gezongen bij de eucharistieviering en tijdens de voetwassing op Witte Donderdag. Dan wordt herdacht hoe Jezus de voeten van zijn discipelen waste voordat hij met hen voor de laatste keer aan tafel ging.

Alle uitvoeringen van het Ubi caritas zijn stuk voor stuk prachtige kleinoden bij een uitvaart in een kerk of crematorium of bij het graf. De versies van Taizé en Gelineau zijn bijzonder geschikt om te zingen bij aan- of binnenkomst van de stoet of bij het verlaten van kerk of crematorium.