Vader God u ken my naam

Woensdagmiddag 5 november 2025 – Op de begraafplaats Jonkerbos in Nijmegen is sinds 2014 een plek ingericht voor overleden dak- en thuislozen. Op deze plek vindt ook jaarlijks en Allerzielenviering plaats; dit jaar op 5 november 2025.  Ook dit jaar was ons koor gevraagd om de viering op te luisteren met een aantal liederen. Dat doen wij graag. Het respect waarmee over de overleden dak- en thuislozen wordt gesproken is ontroerend en geeft stof tot nadenken.

Onder leiding van de straatpastores van de Stichting Het Kruispunt Nijmegen worden veertien dak- en thuislozen herdacht. Van elke overledene wordt eerst de naam genoemd. Daarna volgt een persoonlijk eerbetoon. Soms komt dat van een bevriende dak- en thuisloze, soms van een vrijwilliger van de Nachtopvang uit Noodzaak of de Stichting Dagloon. Alle overledenen krijgen een druppel met naam in een van de namenbomen op de herdenkingsplek. Voor een ieder van hen wordt een kaars aangestoken. Ook worden er kaarsen ontstoken ter nagedachtenis aan de overleden paters Fons Meijer en Jan Eijkman, de twee pioniers van het straatpastoraat in Nijmegen.

Tussendoor zingt iemand op zijn gitaar het Zuid-Afrikaanse pelgrimslied (zie hieronder de tekst). Na ons laatste lied ‘Irish Bessing’ zegent priester Jesus Baena de gedenkplek en de kaarsen met gewijd water. Daarna is er koffie,  thee en zelfgemaakte cake.

 

Pelgrimslied

Vader God U ken my naam
My binnegoed en buitestaan
My grootpraat en my klein verdriet
My vashou aan als wat verskiet
U ken my vrese en my hoop
Die pad wat ek so kaalvoet loop
Die pad het U lankal berei
U maak die pad gelyk vir my
Alle pelgrims keer weer huistoe
Elke swerwer kom weer tuis
Ek verdwaal steeds op die grootpad
Soekend na U boardinghuis.

Een mooie uitvoering van dit lied door Amanda Strydom is te beluisteren op youtube.

Seele vergiß sie nicht – Peter Cornelius

Op 25 oktober presenteerde ons koor tijdens ons najaarsconcert in de Sint-Joriskerk in Heumen het requiem van Peter Cornelius – Seele vergiß nicht die Toten. Peter Cornelius (1824–1874) was een Duitse componist, dichter en criticus. Hij stond in de schaduw van tijdgenoten als Liszt en Wagner, maar zijn muziek heeft een heel eigen, intieme klankwereld. Cornelius schreef vooral liederen en vocale muziek, waarbij hij vaak zijn eigen teksten gebruikte.

Het motet ‘Seele vergiß nicht die Toten’ is een van zijn bekendste geestelijke werken. Het is gecomponeerd in 1852 (later herzien in 1872) en wordt vaak Requiem genoemd. Cornelius schreef de tekst zelf: een innige, troostrijke meditatie die de luisteraar oproept de doden niet te vergeten en tegelijk hoop te putten uit de christelijke belofte van het eeuwige leven. De prachtigste versregel in het requiem is wel: “Ziel, vergeet de gestorvenen niet! Kijk, ze zweven om je heen, en huiveren van verlatenheid”.

Muzikaal is het werk een uitdaging voor koorzangers. De meerstemmige structuur vraagt om grote zuiverheid, en Cornelius wisselt homofone passages – waar de stemmen samenklinken –  af met subtiele polyfonie – waar de stemmen door elkaar heen zingen. De muziek klinkt ingetogen en plechtig, maar kent ook momenten van spanning en dramatiek. Juist die afwisseling maakt het tot een diep ontroerend stuk dat zich langzaam aan het slot ontvouwt in eenvoud.

Voor zangers én luisteraars is ‘Seele vergiß nicht die Toten’ een intense ervaring: ingetogen en sereen. Cornelius laat zien dat ook een relatief klein koorwerk een diepe spirituele kracht kan hebben.

Presentatieconcert Sint-Joriskerk in Heumen

Heumen, zaterdag 25 oktober 2025 – Twee uur voor aanvang van ons presentatieconcert in Heumen, meldt onze dirigent Jelle Hoksbergen zich af wegens familieomstandigheden. Hij adviseert ons: “Laat het concert vooral doorgaan …dat komt met de reserve-dirigenten best goed”.

We regelen onderling dat onze kersverse reserve-dirigent Joke Pruin-Boer het eerste deel van het concertprogramma dirigeert en onze oud-dirigent Hans Meek het tweede. Organist Joseph Steenbrink neemt de pianobegeleiding van Jelle over van de solopartij van Hans Meek – het gedicht ‘Voor een dag van morgen’ van Hans Andreus op muziek van Antoine Oomen. Het instuderen vindt plaats als de gasten al binnendruppelen.

De Sint-Joriskerk zit met 70 bezoekers net niet vol. Zij hebben een mooi programmaboekje op hun schoot met als titel ‘De liefsten’, een fragment uit het gedicht ‘Langzaam zie ik hen gaan’ van Ida Gerhardt op muziek gezet door Felicity Goodwin naar Bach. We vertellen het publiek dat onze dirigent Jelle Hoksbergen helaas verhinderd is, maar beloven een mooi concert.

En dat lukt. We laten horen welke liederen we voordragen bij uitvaarten. Het zijn stuk voor stuk juweeltjes. Het publiek is verrast door de afwisseling in sfeer en dynamiek van de liederen. Maar ook omdat we de liederen larderen met mooie afscheidsgedichten, prachtig voorgedragen door Bram Wildeman. Zijn stem is er helemaal voor gemaakt. Behalve het lied ‘Langzaam zie ik hen gaan’ waarbij Joseph Steenbrink ons begeleidt op het orgel, zingen we alle liederen a capella.

Eén koorstuk is nieuw en speciaal ingestudeerd voor dit concert. Dat is het requiem ‘Seele vergiß sie nicht’ van Peter Cornelius. Aan dit koorstuk besteden we aandacht in het volgende bericht in dit blog.

In de Sint-Joriskerk vinden vaker concerten plaats. De kerk is klein. Er mogen niet meer dan 100 personen in. Dat maakt het makkelijk intiem. Wat ook opvalt is de mooie akoestiek. We hoeven niet hard te zingen. Daardoor kunnen we ontspannen en echt opgaan in de liederen.

Klik hier voor het volledige programma van ons concert op 25 oktober 2025.

 

Boven bij het orgel achterin de kerk

18 mei 2020 – Op deze dag zong het koor bij een uitvaart. Het was midden in Corona-tijd. Eerst dacht het koor dat zij wegens de Corona-maatregelen als kwartet zou moeten optreden. Boven bij het orgel achter in de kerk bleek echter voldoende ruimte om anderhalve meter afstand van elkaar te houden. Dus besloot het koor in overleg met de familie toch gewoon als octet te zingen. Na een beetje passen en meten werd een goede opstelling gevonden in ovaalvorm. De koorleden konden de dirigent goed zien en elkaar ook goed horen ondanks dat zij veel verder van elkaar af stonden dan ze gewend waren.

Geen microfoon
De familieleden waren met negen personen. Samen met de priester en de misdienaar bevonden zij zich vooraan in de kerk. Bij de lezingen en een toespraak werd geen microfoon gebruikt. Die gingen volkomen aan de koorleden voorbij. Daarvoor stonden zij te ver weg en te hoog. Dat was jammer. De akoestiek in de kerk is duidelijk ontworpen om geluid vanaf de orgelzolder naar beneden door te geven, maar niet andersom.

Lange steile trap
Bij andere uitvaarten hoort het koor vaak direct na afloop van de bezoekers luisteraars of ze het zingen mooi gevonden hebben. Deze keer was dat niet het geval. Er was ook geen gelegenheid voor. Pas nadat de familie de kerk verlaten had, daalden de koorleden de lange, steile trap af. Gelukkig kwam er een paar dagen later een berichtje van de dochter van de overledene, waarin zij schreef: “Mede dankzij jullie, heeft mijn moeder het afscheid gekregen wat ze gewild en verdiend had. We zijn allemaal zeer onder de indruk”. Daar was het koor heel blij mee, want daar zingt het koor voor.

Niet volgens Corona-protocol
Achteraf realiseerden de kooreden dat het optreden niet paste in de zangprotocollen die later de ronde deden. Die waren op het moment van het optreden nog niet bekend. Maar goed ook, want het uitvaartensemble is blij dat het koor in corona-tijd in ieder geval één uitvaart heeft kunnen opluisteren met zangmuziek en dat het koor de rouwenden tot troost heeft kunnen zijn.

Ik noem jouw naam

‘Ik noem jouw naam’ wordt regelmatig gekozen door nabestaanden. Het lied prijkt al langer op onze repertoirelijst. De tekst is van Fieke Bijmans uit Wijchen en de muziek van Guus Kuijs uit Overasselt. Hoe de tekst en de muzieknoten elkaar hebben gevonden, leggen dirigent Hans Meek en de dichteres Fieke Bijmans hieronder uit.

Hans Meek kent Fieke Bijmans via verpleeghuis De Weegbree in Wijchen. Hans licht toe: “Mijn vrouw is daar lange tijd geestelijk verzorger geweest en nodigde Fieke en mij uit om samen te musiceren voor de bewoners in vieringen en herdenkingsbijeenkomsten. We speelden en spelen nog steeds duetten voor blokfluit en piano of voor twee blokfluiten”. Hans kreeg  lucht van de dichterskwaliteiten van Fieke en van het gedicht ‘Ik noem jouw naam’.

Fieke Bijmans: “Ruim veertig jaar geleden overleed een dierbare mens in mijn leven, en ongeveer twintig jaar na zijn overlijden kwam er een heel klein in memoriam uit mijn pen. Soms hebben woorden tijd nodig. De afgelopen jaren is het gedichtje zijn eigen weg gegaan, het kwam tevoorschijn bij herdenkingsvieringen en uitvaarten.” Pas later is het gedicht op muziek gezet. Fieke speelde blokfluit samen met Guus Kuijs, docent bij de muziekschool in Wijchen. Naast fluitist bleek Guus ook een goede componist. Fieke: “Guus heeft heel veel teksten op muziek gezet waaronder ook mijn gedicht.”

Hans: “Ik vond de sfeer en en het onderwerp goed passen bij ons ensemble en met enkele aanpassingen hebben we het opgenomen in ons repertoire.” Een fragment van het lied is te beluisteren op onze website. Het geheel is te horen op YouTube. Hans: “Wij hebben het lied als geheel opgenomen. Fotograaf Frank Kouws heeft er een videoopname van gemaakt en het resultaat op youtube geplaatst.” Tot voor kort was de muzikale uitvoering van ‘Ik noem jouw naam’ niet te vinden op internet. Het Uitvaartensemble Nijmegen heeft daar nu verandering in gebracht.

Bij uitvaarten biedt ‘Ik noem jouw naam’ troost en herkenning. Fieke: “Toen ik dit kleine gedicht schreef wist ik niet dat het ooit een echt lied zou worden. Het raakte me toen ik het voor het eerst hoorde zingen door het Uitvaartensemble Nijmegen. Ik kan het lied alleen maar een goede muzikale reis wensen samen met de koorleden”.

Raken aan de eeuwigheid

Onze bas Lex Hustinx over het zingen bij het Uitvaartensemble Nijmegen

In 2012 – het Uitvaartensemble Nijmegen is dan in oprichting – word ik benaderd om mee te zingen. Het ensemble heeft als ideaal om bij uitvaarten troost te bieden aan nabestaanden, met zang van hoge kwaliteit. Een nieuw koor vormen met dit ideaal spreekt mij aan. Hartstochtelijk wordt er gerepeteerd en zoeken we uit hoe we ons kunnen profileren. Eerst onder de bezielende leiding van Anca Veldpaus. Later volgen Hans Meek als eerste en Bram Wildeman als tweede dirigent. Met elkaar bouwen we aan een ruim en divers repertoire en geleidelijk groeien we in samenhang en klankkleur.

Raken aan de eeuwigheid
Ik kan alleen maar zeggen dat het voor mij een geluk is in dit ensemble mee te mogen zingen. Soms ervaar ik met het uitvaartkoor het gevoel te ‘raken aan de eeuwigheid’. Je mérkt tijdens uitvaarten dat zingenderwijs met de nabestaanden een bijzondere verbondenheid groeit in het gedenken van de overledene. Dat is geen automatisme. Je hóópt telkens weer dat onze zang ruimte schept voor gevoelens van verdriet, gemis, of dankbaarheid. ‘Daar doen we het voor’, zeg je dan bij jezelf als dat gebeurt. Het is géén effectbejag, we willen vooral dienen. Als koor zijn we steeds oprecht verheugd wanneer we van familie of andere aanwezigen horen dat de muziek hen geraakt heeft. Dit maakt, samen met het plezier dat we tijdens onze veertiendaagse repetities en bij onze concerten beleven, dat ik het meezingen in het Uitvaartensemble Nijmegen als een waar voorrecht ervaar.

Twaalfjarig jongetje
Het gevoel te raken aan de eeuwigheid ervaar ik voor het eerst als twaalfjarig jongetje. Ik maak als gymnasiast deel uit van de ‘kleine schola’ van het Sint-Bernardinuscollege, een grote middelbare school van de paters Franciscanen in Heerlen. Elke zondagmorgen om half negen luistert dit koortje van jongenssopranen de mis op met serene gregoriaanse zang. Dat doen we in de kloosterkapel onder leiding van pater Vermeulen. Na een paar jaar zingen in de schola van het Sint-Bernardinuscollege doet de puberteit haar intrede. Dan is het is gedaan met mijn sopraanstem en verlaat ik het koor. Thuis blijf ik wel zingen. Op familieavondjes kruip ik regelmatig achter de piano om het ‘familiekoor’ te begeleiden. En bij de afwas zingen we met ons grote gezin uit volle borst afwasliedjes. Diezelfde tijd beleef ik voor het eerst live de Mattheuspassie van Johann Sebastian Bach, en eindig ik, puber of niet, mét het slotkoor in tranen.

Geen tijd meer voor zang
In mijn studentenjaren en lang daarna is er geen tijd meer voor zang. Ik werk dan voor de Hogeschool voor Theologie en Pastoraat in Heerlen. Daar worden jonge mensen opgeleid tot priester, pastoraal werker of werkster. Hier wordt dagelijks liturgie gevierd. En in en vanuit de kapel klinkt gregoriaanse en meerstemmige zang van het studentenkoor van Leo Meulenberg, veelal in de traditie van de oecumenische kloostergemeenschap in het Franse Taizé. Ook al zing ik zelf niet mee, zang is voor mij nooit ver weg.

Vanaf mijn 50ste weer actief
Rond mijn 50e levensjaar ga ik weer zelf zingen. Bij een klein kamerkoor ervaar ik het pure zangplezier. In het schildersatelier van een van de zangers komen we op vrijdagavond bij elkaar en zingen elkaar toe met klassieke koormuziek. We beklinken het met een goed glas wijn. Dat smaakt naar méér! Wanneer ik voor mijn werk naar Nijmegen verhuis in 2002 vind ik al snel mijn weg naar het Nijmeegse kamerkoor Sotto Voce. Daar bouw ik in twaalf jaar een mooie ervaring op in oude en modern-klassieke zang, met regelmatige optredens in of rond Nijmegen. Ik treed in deze periode ook toe tot de cantorij van de Stevenskerk, waar ik nu nog steeds actief ben.

Vrolijke musici
Dankzij enkele zangers van de cantorij van de Stevenskerk krijg ik mijn entree bij het Uitvaartensemble Nijmegen. Via het uitvaartensemble ben ik actief geraakt in het landelijke projectkoor Luna in Utrecht. Daarin leggen zangers uit alle windstreken zich toe op zangkunst op hoog amateurniveau. Genoeg te zingen dus. Ik ben intussen 72 maar hoop – zeker bij het Uitvaartensemble Nijmegen – nog een hele tijd ‘van de partij’ te mogen zijn. We leven in een broeierige tijd, maar zoals de canon luidt die ik op de lagere school heb geleerd: ‘Hemel en aarde zullen vergaan, vrolijke musici blijven bestaan!’.

Herdenkingswandeling Begraafpark Heilig Land Stichting

Zondag 3 november 2019 – Een prachtige herdenkingswandeling door het herfstige Begraafpark Heilig Land Stichting. Kunsthistoricus Marie Christine Walraven las tijdens de wandeling gedichten voor en het Uitvaartensemble Nijmegen zong een twaalftal liederen uit haar repertoire. Na afloop dronken de deelnemers gezamenlijk koffie en thee in de Piet Gerritszaal. Voor de ingang brandden vuurkorven.

Een van de gedichten die werd voorgelezen:

Vertrekken

Sterven is aan een verre reis beginnen
zoals eeuwen terug bij tropentochten
intiem afscheid werd genomen: de zinnen
vol zwaarte als er zwijgend werd gevochten.

Sterven is een oervorm van emigreren
maar zonder brieven, telefoon of internet;
je groet, je zoekt een synoniem voor straks,
maar je weet dat jij niet zo terug zult keren.

Sterven is met een scherpe verrekijker
wat je vast geloofde heel dichtbij halen:
het licht behoudt zijn effectieve stralen,
de spiegel verbrijzelt, een visie rijker.

Sterven is ook je wensen achterlaten:
hopen dat op God’s tijd, de beste tijd,
de zo zorgzamen zullen volgen; straten
en huizen voldoende, in eeuwigheid.

L.L. Bouwers

Eerbetoon aan dak- en thuislozen op Allerzielen

Door Bram Wildeman

Vrijdag 1 november 2019 – In het kader van de katholieke gedenkdag Allerzielen zong het Uitvaartensemble Nijmegen bij het monument voor de overleden dak- en thuislozen op Begraafplaats Jonkerbos in Nijmegen. De plechtigheid was georganiseerd door ‘Het Kruispunt’- waar dak- en thuislozen een luisterend oor en hulp geboden wordt. Veel belangstellenden, waaronder de Nijmeegse burgemeester Hubert Bruls, woonden deze bijeenkomst bij. De namen van de dak- en thuislozen die in het afgelopen jaar zijn overleden werden genoemd, as werd uitgestrooid en een urn werd begraven.
Vrienden van de ‘mensen van voorbij’ zongen hùn lied. Het Uitvaartensemble Nijmegen ‘Stemmen van troost’ sloot daarbij aan met onder meer ‘Tears in Heaven’ van Eric Clapton en het traditionele ‘Irish Blessing’. Een bijzonder, indrukwekkend en zinvol samenzijn met woord en lied!

Over deze plechtigheid verscheen ook een bericht in de Gelderlander en op de facebookpagina van de gemeente Nijmegen.

Nieuw in ons repertoire: Song

De titel is misschien weinigzeggend. De uitvoering daarentegen blijkt verrassend mooi en bij uitstek geschikt voor een afscheidsdienst. Het lied Song is daarom onlangs toegevoegd aan ons repertoire. De muziek is van componiste Frea van de Lavoir uit Lith. De tekst is het gedicht van Christina Rossetti (London, 1830-1894). Van deze dichteres is ook de tekst van het bekende Kerstlied ‘In the bleak midwinter’.

Eenvoudig en klein
Frea de Lavoir kwam het gedicht tegen bij een zoektocht naar mooie Engelse teksten. Het gedicht van Christina Rossetti raakte haar direct: “De eenvoud, kleinheid en de onzekerheid in dit gedicht boeide mij. Ik heb de indruk dat er onder die eerste laag nog iets broeit, maar dat is natuurlijk mijn persoonlijke veronderstelling”.

Twee coupletten
Song omvat twee coupletten. Het eerste couplet is wrang. De ik-figuur zegt daarin tegen zijn of haar geliefde die achterblijft: “Als je wilt, houd mij in herinnering en als je wilt, vergeet mij”. Gelukkig volgt daarna: “Plant geen rozenstruik maar wees het groene gras boven mij”. In het tweede couplet, spreekt degene die achterblijft. Die weet niet hoe het zal zijn: “Haply I may remember, haply I may forget”.

4-stemmige setting
Frea besloot om van het gedicht een lied van te maken: “Het gedicht is zeer geschikt voor een zetting met solostem en piano, maar ik dacht aan een 4-stemmige zetting”. Over het resultaat zegt zij: “De zetting is, in overeenstemming met de tekst: niet romantisch-emotioneel met grote dynamische verschillen, maar eenvoudig en fijntjes met een ingehouden emotie. Het dolce in de aanhef slaat niet op de tekst, maar op de muzikale uitvoering.” Het stuk is, met name in het eerste couplet, vaak driestemmig, met wisselende stemcombinaties. Sopraan, alt en tenor hebben regelmatig een eigen zelfstandige lijn; de bas is een echte ondersteunende baspartij. De gedeeltes waar vierstemmig gezongen wordt, hebben iets meer volume.

Aansprekend klankidioom
Frea heeft het stuk bewust niet al te moeilijk gemaakt – in een aansprekend klankidioom – om het uitvoeringsgeschikt te maken voor een goed amateurkoor, zonder al te veel repetitietijd. Juist hierom is het voor ons Uitvaartensemble Nijmegen zo geschikt. Andere koorwerken van Frea zijn complexer, met een ander klankidioom afhankelijk voor wie en welke gelegenheid het werk geschreven is. Voor wat voorbeelden ga naar: https://www.kamerkoortonsurton.nl/informatie/audio-fragmenten

Instuderen met Frea: bijzondere ervaring
Het uitvaartensemble wilde het lied samen met de componiste instuderen. Daarom nodigde het koor haar uit voor de jaarlijkse studiedag van het Uitvaartensemble Nijmegen op 4 september 2019. Dat bleek heel bijzonder te zijn: “Je leert het lied zo heel goed kennen en ook wat de componiste precies wil. Hoe wij het moeten zingen, bijvoorbeeld”, aldus dirigent Hans Meek. Ook Frea zelf was tevreden “Ik heb het instuderen van mijn lied met jullie erg plezierig gevonden. Ik ben nieuwsgierig naar de daadwerkelijke uitvoering op … en wacht de uitnodiging af.”

Uitvoering 22 maart 2020
Inmiddels nieuwsgierig geworden naar het lied? Het Uitvaartensemble Nijmegen brengt Song ten gehore op 22 maart in De Vereeniging tijdens het koorevenement Podium voor de Stad.

Gerard Broess: onze nestor

Eens in de zoveel tijd laten we een koorlid aan het woord. Dit keer is Gerard Broess aan de beurt. Hij is tenor en inmiddels het oudste koorlid. Van alle koorleden is hij het meest vertrouwd met het gregoriaans. Het koor doet regelmatig een beroep op hem bij het instuderen daarvan. In dit bericht vertelt Gerard over zijn liefde voor het gregoriaans.

Staand zingen op een knielbank
Ruim 75 jaar geleden werd ik, Gerard Broess lid van een jongenskoor. Jacques Gielen, hoofdonderwijzer mijn lagere school, leidde dat koor. Elke schooldag werd er tussen de middag een half uur gerepeteerd onder zijn bezielende leiding. Het repertoire was veelzijdig. Er werd veel aandacht besteed aan het gregoriaans. Samen met het mannenkoor luisterden wij de destijds veel voorkomende katholieke feestdagen op. Van lieverlee mocht ik in de kerk staand op een knielbank solo een gregoriaans lied zingen. Rorate Ceali was mijn lievelingslied, vooral het couplet Consolamini.

Het gregoriaans werd dagelijkse kost
Langzamerhand werd voor mij de wereld groter. Ik wilde cowboy worden. Mijn heeroom overtuigde mij er echter van dat dat beroep op uitsterven stond en alleen nog in films en boeken voor kwam. Misschien was missionaris een goed alternatief? En zo kwam ik op het seminarie. Ik werd cantor samen met nog vijf medestudenten en maakte kennis met Floris van de Putt, in katholieke kringen een zeer gewaarde dirigent en componist. Floris wijdde ons dagelijks in het zingen van vooral gregoriaanse liederen in. We leerden dat het gregoriaans niet was gecomponeerd maar noodzakelijkerwijs was ontstaan omdat de menselijke spreekstem niet ver genoeg droeg. Floris kon niet genoeg benadrukken dat het zingen van de tekst toentertijd de oplossing was om het geloof aan een groot aantal bijeen gestroomde mensen te verkondigen. De nadruk lag dus op de betekenis van de tekst, niet op de muziek. ‘Weet wat je zingt’ was Floris’ adagium.

Als één stem
De liederen moesten ook klinken alsof het door één stem gezongen werd. Ik hoor Floris nog de solisten onder ons vermanend toespreken: “Ik wil jou niet horen, maar ons”. Soms gaf hij ons de opdracht om een tekst uit missaal of bijbel spontaan zingend te verkondigen. Dat maakt dat ik nog altijd de gewoonte heb om bij het lezen van een mij aansprekend gedicht de tekst als vanzelfsprekend te declameren en te zingen.

Thuiskomen
Rond mijn zeventiende jaar sloeg de twijfel omtrent geloofszaken toe. Ik verliet het seminarie en rondde mijn middelbare schooltijd samen met vrouwelijke klasgenoten af. Na een ‘stille’ periode van 25 jaar ben ik weer in koorverband gregoriaans gaan zingen. Het voelde als thuiskomen. Toen het Uitvaartensemble Nijmegen gevraagd werd om gregoriaanse liederen te zingen, heb ik mijzelf opgeworpen om het koor daarbij te begeleiden.

Klare taal
Het gregoriaans past in de kerkelijke traditie van afscheid nemen van de overledene. Hoe moet de overledene anders worden toegewenst dat de engelen hem of haar begeleiden naar het paradijs? En hoe kun je anders worden overtuigd met het Ego sum resurrectio et vita: “Ik ben de verrijzenis en het leven; wie in mij gelooft zal leven, ook al is hij gestorven. Iedereen die leeft en in mij gelooft zal in eeuwigheid niet sterven.” Zo, dat is klare taal en die zing ik graag.

Mannen en vrouwen
Overigens zingen bij het Uitvaartensemble Nijmegen de vrouwen en mannen samen gregoriaans. Vroeger was dat ondenkbaar en mocht het gregoriaans alleen door mannen gezongen worden. Dat paste toen in de sfeer van algehele achterstelling van vrouwen in de katholieke kerk. Gelukkig is dat nu achterhaald.