Vader God u ken my naam

Woensdagmiddag 5 november 2025 – Op de begraafplaats Jonkerbos in Nijmegen is sinds 2014 een plek ingericht voor overleden dak- en thuislozen. Op deze plek vindt ook jaarlijks en Allerzielenviering plaats; dit jaar op 5 november 2025.  Ook dit jaar was ons koor gevraagd om de viering op te luisteren met een aantal liederen. Dat doen wij graag. Het respect waarmee over de overleden dak- en thuislozen wordt gesproken is ontroerend en geeft stof tot nadenken.

Onder leiding van de straatpastores van de Stichting Het Kruispunt Nijmegen worden veertien dak- en thuislozen herdacht. Van elke overledene wordt eerst de naam genoemd. Daarna volgt een persoonlijk eerbetoon. Soms komt dat van een bevriende dak- en thuisloze, soms van een vrijwilliger van de Nachtopvang uit Noodzaak of de Stichting Dagloon. Alle overledenen krijgen een druppel met naam in een van de namenbomen op de herdenkingsplek. Voor een ieder van hen wordt een kaars aangestoken. Ook worden er kaarsen ontstoken ter nagedachtenis aan de overleden paters Fons Meijer en Jan Eijkman, de twee pioniers van het straatpastoraat in Nijmegen.

Tussendoor zingt iemand op zijn gitaar het Zuid-Afrikaanse pelgrimslied (zie hieronder de tekst). Na ons laatste lied ‘Irish Bessing’ zegent priester Jesus Baena de gedenkplek en de kaarsen met gewijd water. Daarna is er koffie,  thee en zelfgemaakte cake.

 

Pelgrimslied

Vader God U ken my naam
My binnegoed en buitestaan
My grootpraat en my klein verdriet
My vashou aan als wat verskiet
U ken my vrese en my hoop
Die pad wat ek so kaalvoet loop
Die pad het U lankal berei
U maak die pad gelyk vir my
Alle pelgrims keer weer huistoe
Elke swerwer kom weer tuis
Ek verdwaal steeds op die grootpad
Soekend na U boardinghuis.

Een mooie uitvoering van dit lied door Amanda Strydom is te beluisteren op youtube.

Seele vergiß sie nicht – Peter Cornelius

Op 25 oktober presenteerde ons koor tijdens ons najaarsconcert in de Sint-Joriskerk in Heumen het requiem van Peter Cornelius – Seele vergiß nicht die Toten. Peter Cornelius (1824–1874) was een Duitse componist, dichter en criticus. Hij stond in de schaduw van tijdgenoten als Liszt en Wagner, maar zijn muziek heeft een heel eigen, intieme klankwereld. Cornelius schreef vooral liederen en vocale muziek, waarbij hij vaak zijn eigen teksten gebruikte.

Het motet ‘Seele vergiß nicht die Toten’ is een van zijn bekendste geestelijke werken. Het is gecomponeerd in 1852 (later herzien in 1872) en wordt vaak Requiem genoemd. Cornelius schreef de tekst zelf: een innige, troostrijke meditatie die de luisteraar oproept de doden niet te vergeten en tegelijk hoop te putten uit de christelijke belofte van het eeuwige leven. De prachtigste versregel in het requiem is wel: “Ziel, vergeet de gestorvenen niet! Kijk, ze zweven om je heen, en huiveren van verlatenheid”.

Muzikaal is het werk een uitdaging voor koorzangers. De meerstemmige structuur vraagt om grote zuiverheid, en Cornelius wisselt homofone passages – waar de stemmen samenklinken –  af met subtiele polyfonie – waar de stemmen door elkaar heen zingen. De muziek klinkt ingetogen en plechtig, maar kent ook momenten van spanning en dramatiek. Juist die afwisseling maakt het tot een diep ontroerend stuk dat zich langzaam aan het slot ontvouwt in eenvoud.

Voor zangers én luisteraars is ‘Seele vergiß nicht die Toten’ een intense ervaring: ingetogen en sereen. Cornelius laat zien dat ook een relatief klein koorwerk een diepe spirituele kracht kan hebben.

Presentatieconcert Sint-Joriskerk in Heumen

Heumen, zaterdag 25 oktober 2025 – Twee uur voor aanvang van ons presentatieconcert in Heumen, meldt onze dirigent Jelle Hoksbergen zich af wegens familieomstandigheden. Hij adviseert ons: “Laat het concert vooral doorgaan …dat komt met de reserve-dirigenten best goed”.

We regelen onderling dat onze kersverse reserve-dirigent Joke Pruin-Boer het eerste deel van het concertprogramma dirigeert en onze oud-dirigent Hans Meek het tweede. Organist Joseph Steenbrink neemt de pianobegeleiding van Jelle over van de solopartij van Hans Meek – het gedicht ‘Voor een dag van morgen’ van Hans Andreus op muziek van Antoine Oomen. Het instuderen vindt plaats als de gasten al binnendruppelen.

De Sint-Joriskerk zit met 70 bezoekers net niet vol. Zij hebben een mooi programmaboekje op hun schoot met als titel ‘De liefsten’, een fragment uit het gedicht ‘Langzaam zie ik hen gaan’ van Ida Gerhardt op muziek gezet door Felicity Goodwin naar Bach. We vertellen het publiek dat onze dirigent Jelle Hoksbergen helaas verhinderd is, maar beloven een mooi concert.

En dat lukt. We laten horen welke liederen we voordragen bij uitvaarten. Het zijn stuk voor stuk juweeltjes. Het publiek is verrast door de afwisseling in sfeer en dynamiek van de liederen. Maar ook omdat we de liederen larderen met mooie afscheidsgedichten, prachtig voorgedragen door Bram Wildeman. Zijn stem is er helemaal voor gemaakt. Behalve het lied ‘Langzaam zie ik hen gaan’ waarbij Joseph Steenbrink ons begeleidt op het orgel, zingen we alle liederen a capella.

Eén koorstuk is nieuw en speciaal ingestudeerd voor dit concert. Dat is het requiem ‘Seele vergiß sie nicht’ van Peter Cornelius. Aan dit koorstuk besteden we aandacht in het volgende bericht in dit blog.

In de Sint-Joriskerk vinden vaker concerten plaats. De kerk is klein. Er mogen niet meer dan 100 personen in. Dat maakt het makkelijk intiem. Wat ook opvalt is de mooie akoestiek. We hoeven niet hard te zingen. Daardoor kunnen we ontspannen en echt opgaan in de liederen.

Klik hier voor het volledige programma van ons concert op 25 oktober 2025.

 

Interview met onze sopraan Janneke Borghans

Janneke is lid van ons uitvaartkoor sinds 2013. Ze werd getipt door haar zanglerares en vertelt daarover: “Ik was meteen enthousiast. Met knikkende knieën ging ik op auditie. Maar Anca Veldpaus (de toenmalige dirigent. red.) was meer dan schappelijk en heel gezellig.”

Vanwaar je enthousiasme?
“Het leek mij prachtig om een dienende rol te mogen spelen bij een afscheid van een overledene, met mooie koormuziek. Nu ik eenmaal bij het koor ben, valt het mij op hoe mooi de zangers zich met elkaar verbinden en samen klinken. Als we zingen bij een uitvaart, is die verbinding er ook direct met de nabestaanden. Als je dan merkt hoeveel troost er uitgaat van onze koormuziek, is dat heel bevredigend.”

Wat is jouw zangcarriere?
“Als klein meisje zong ik in het jeugdkoor van onze kerk en daar mocht ik ieder jaar de kerstsolo zingen. Ik vond het heerlijk en ben daarna nooit meer gestopt met zingen. Na mijn studie startte ik met zangles en ging ik zingen bij het Nijmeegs Vrouwenkoor. Naast dat ik lid ben van het uitvaartensemble zing ik nu geregeld solistisch en bachcantates.”

Heb je speciale koormomenten?
“Iedere uitvaart is speciaal, maar echt speciaal is het als we zingen op een uitvaart van familie van een koorlid. Dan wordt duidelijk en zo voelbaar hoe bijzonder we zijn als groep. We zingen dan op ons best en zijn er helemaal voor de rouwende zanger.”

Vertel iets over je stem
“Ik heb een lichte sopraanstem met weinig vibrato en zing graag Engelse componisten zoals Quilter maar ook liederen van Gabriel Fauré. Ik ben ook fan van lichte muziek. In de auto en onder de douche zing ik bijvoorbeeld musicalliederen en ABBA.”

Wat is je lievelingslied?
“Een van mijn lievelingsliederen is Bridge over troubled water van Paul Simon en Art Garfunkel. When evening falls so hard I’ll comfort you…die tekst vind ik zo raak. We zijn allemaal vrij klassiek geschoold maar dit nummer zingen we mooi. Zeker als dirigent Jelle Hoksbergen ons daarbij begeleidt op piano.”
Je bent ook secretaris van het uitvaartensemble
“Ja, dat ben ik al meer dan tien jaar. Ik ben graag de spin in het web. Maria Janssen – onze penningmeester – regelt de uitvaarten. Ik regel alle andere optredens en herdenkingen. Ik vind het contact met kerken, crematoria, straatpastoraat maar ook met de zangers leuk.”
Waarom Stemmen van Troost?
Daar hebben we heel bewust voor gekozen. Die naam past helemaal bij ons. We zijn een ensemble met zeer geschoolde zangers dat onze koormuziek prachtig uitvoert. Voor ons is het echter geen uitvoering, geen optreden; we zijn dienstbaar in onze troostende rol. Dat horen we gelukkig ook terug van families en nabestaanden.”

Het begon met het gregoriaans

Bij uitvaarten worden we dikwijls gevraagd om ook gregoriaans te zingen. Dat doen we graag. Het gregoriaanse requiem is onderdeel van ons repertoire. Een deel daarvan laten we horen op ons najaarsconcert op 25 oktober as. We hebben Bram Verheijen gevraagd om ons te helpen bij de voorbereiding daarvan. Op 24 september is hij bij een repetitie aanwezig in de Dominicuskerk te Nijmegen.

Wie is Bram Verheijen?
Bram Verheijen studeerde Engels en musicologie aan de Radboud Universiteit. Daarna studeerde hij vocale oude muziek aan het conservatorium in Tilburg waarbij hij zich specialiseerde in het gregoriaans. In Nijmegen dirigeerde hij diverse koren waaronder Cappella Vacalis (koor aan de Waal); het eerste koor waarmee Bram oude muziek zong. Sinds 2010 werkt Bram op de Abdij van Egmond in Egmond Binnen.

Liturgie of concert
Tijdens uitvaarten is het gregoriaans onderdeel van de liturgie. Maar op 25 oktober is het onderdeel van een optreden. Bram: “Je ziet dat in de moderne tijd het gregoriaans is losgekomen van de liturgie. En daarmee ook van de tekst. Niet veel mensen geloven nog namelijk. Maar ook als je niet gelovig bent, kun je de tekst op je in laten werken en die proberen uit te dragen. Op die manier kan de muziek worden beleefd zoals die oorspronkelijk is bedoeld.” Bram is ervan overtuigd dat het publiek dat merkt.

Gregoriaans: eerste muziek die is opgeschreven
Het gregoriaans is de allereerste muziek die in de westerse wereld is opgeschreven. Dat opschrijven van muziek was een belangrijke overgang. Muziek kon nu bewaard en verspreid worden, en muzikanten konden ingewikkeldere stukken uitvoeren. Maar er ging ook iets verloren. Bram: “De zwarte puntjes op papier, dat is geen muziek. En niet alles wat muziek levendig maakt, past in noten op papier: kleine versieringen, gevoel en persoonlijke inbreng.” Als koor herkennen wij dat goed. Wij worden voortdurend uitgedaagd om los te komen van de bladmuziek en naar elkaar te luisteren. Pas dan klinken de stemmen samen en wordt het muziek.

Terug naar de basis
Hoe klonk het gregoriaans oorspronkelijk nog voordat er iets op schrift stond? Daarvoor gaan we terug naar de basis: de spreekstem. Bram legt uit: “Het begon met de spreekstem en later ontwikkelde zich dat tot zingen. Dat betekent niet dat zang- en spreekstem van elkaar verschillen. Het is hetzelfde instrument.” Om met de spreekstem te beginnen, oefenen we een laag uh of oe geluid. Als zangers valt het niet mee om dat na te doen. Al gauw lijkt het op zingen. Maar na verloop van tijd lukt het om een mooie gezamenlijke grondtoon te maken.

Alles draait om ademhaling
Bram vertelt: “De inademing is een gegeven. Die komt vanzelf. Het enige wat je hoeft te doen, is je ervoor open te stellen, te ontvangen. Je kunt volledig ontspannen. Bij de uitademing geven we iets terug, dat is onze zang.” In een kring laat Bram ons dat ervaren. Terwijl we het ‘In paradisum’ zingen, ademen we op de rustmomenten op Bram’s aanwijzing tegelijkertijd in. Het effect is verrassend. We worden één stem en één ademhaling.

Van medeklinker naar medeklinker
Als laatste wijst Bram ons op het volgende: “Het gregoriaans gaat van medeklinker naar medeklinker. Daartussenin ontstaat de klank als vanzelf.” Ook dat oefenen we samen. En zo wordt het een leerzame middag. Het concert op 25 oktober aanstaande zien we met vertrouwen tegemoet.

Uitgelicht: Bridge over troubled water

Bridge over Troubled Water is een van de bekendste en meest geliefde liedjes van het duo Simon & Garfunkel. Het is een krachtig troostend en hoopvol lied dat naadloos past in ons koorrepertoire. De titel verwijst naar een brug die iemand veilig over woelig water helpt – een metafoor voor steun, vriendschap en onvoorwaardelijke liefde in moeilijke tijden. Het uitvaartensemble voert het uit met pianobegeleiding.

Het lied werd uitgebracht in 1970 als titelnummer van het laatste gezamenlijke studioalbum van het duo Simon & Garfunkel. Het nummer werd wereldwijd een groot succes en won meerdere Grammy Awards, waaronder Song of the Year en Record of the Year. Tot vandaag is Bridge over Troubled Water een lied dat raakt. Luisteraars herkennen zich in de persoonlijke kwetsbaarheid en de steun van vrienden op cruciale momenten.

Over de artiesten

Paul Simon (1941) is de componist en tekstschrijver van het lied. Hij staat bekend om zijn poëtische teksten en vernieuwende muziek, met invloeden uit de folk-, rock- en wereldmuziek.
Art Garfunkel (1941) is vooral bekend om zijn prachtige zangstem. Zijn stemgeluid, helder en gevoelig, gaf het duo hun unieke klank.
Samen vormden ze in de jaren zestig een van de meest succesvolle folkrockduo’s, totdat ze kort na het uitkomen van het album Bridge over troubled water uit elkaar gingen.

Klik hier voor de liedtekst van Bridge over troubled water.

 

De gestorvene

Reek 15 januari 2025 – Vandaag nam ons koorlid Gerard afscheid van zijn vrouw Anneke . Ze was al langere tijd ziek, maar een val werd haar fataal. Het koor was gevraagd om de uitvaart op te luisteren met liederen en gregoriaanse zang. Normaliter zingen we als octet bij een uitvaart, maar deze keer waren we allemaal aanwezig. Voor Gerard.

Bij binnenkomst van de kist klonk het Requiem aeternam gevolgd door het Kyrie. Daarna zongen we ⁠In this heart, ⁠Ecce quomodo moritur (vertaald: Zie hoe de rechtvaardige sterft en niemand het ter harte neemt van Jacob Handl), Ubi caritas et amor (Ola Gjeilo) en Ave Maria van Da Vittoria. Al met al een prachtig en gedragen repertoire.

De acclamatie ‘Heer, neem haar in uw armen en wieg haar in uw schoot’ was door Gerard zelf geschreven en op eenstemmige muziek gezet. Onze dirigent Jelle Hoksbergen had er een vierstemmige versie van gemaakt.

Bij het naar buiten dragen van de kist zongen we het gregoriaanse In paradisum en bij het graf Langzaam zie ik hen gaan (tekst Ida Gerhardt en muziek Felicity Goodwin), een toepasselijk lied. We zagen in gedachten Anneke de bocht omgaan van het pad, waarna het stiller werd in de hof van Gerard’s huis. Een stilte die werd doorbroken door de zang van een vogel op het kerkhof.

Een van de meest ontroerende momenten van de uitvaart was toen Gerard het gedicht van Ida Gerhardt ‘De gestorvene’ voorzong.

Zeven maal om de aarde te gaan
als het zou moeten op handen en voeten
Zeven maal, om die éne te groeten
die daar lachend te wachten zou staan
Zeven maal om de aarde te gaan

Zeven maal over de zeeën te gaan
schraal in der kleren, wat zou het mij deren
kon uit de dood ik die éne keren
Zeven maal over de zeeën te gaan
Zeven maal om met zijn tweeën te staan

 

Wij wensen Gerard heel veel sterkte de komende tijd met het verlies van Anneke.

 

Onder de walnotenboom

Middelaar, 24 juni 2020 – Het Uitvaartensemble Nijmegen repeteert voor het eerst weer sinds 4 maart 2020 onder een walnotenboom in de buitenlucht bij een van de koorleden thuis. Het is de eerste keer na de uitbraak van het Cvid-19 virus dat de koorleden elkaar weer in levende lijve ontmoeten. “Het is fijn om weer bij elkaar te zijn. En de plek waar we zingen is  heerlijk. Onder een  boom blijkt een goede akoestiek”, aldus een van de koorleden.  De maanden juli en augustus houdt het koor zoals gewoonlijk een zomerstop. In september starten de repetities weer, in de ruime Dominicuskerk te Nijmegen.

Ik noem jouw naam

‘Ik noem jouw naam’ wordt regelmatig gekozen door nabestaanden. Het lied prijkt al langer op onze repertoirelijst. De tekst is van Fieke Bijmans uit Wijchen en de muziek van Guus Kuijs uit Overasselt. Hoe de tekst en de muzieknoten elkaar hebben gevonden, leggen dirigent Hans Meek en de dichteres Fieke Bijmans hieronder uit.

Hans Meek kent Fieke Bijmans via verpleeghuis De Weegbree in Wijchen. Hans licht toe: “Mijn vrouw is daar lange tijd geestelijk verzorger geweest en nodigde Fieke en mij uit om samen te musiceren voor de bewoners in vieringen en herdenkingsbijeenkomsten. We speelden en spelen nog steeds duetten voor blokfluit en piano of voor twee blokfluiten”. Hans kreeg  lucht van de dichterskwaliteiten van Fieke en van het gedicht ‘Ik noem jouw naam’.

Fieke Bijmans: “Ruim veertig jaar geleden overleed een dierbare mens in mijn leven, en ongeveer twintig jaar na zijn overlijden kwam er een heel klein in memoriam uit mijn pen. Soms hebben woorden tijd nodig. De afgelopen jaren is het gedichtje zijn eigen weg gegaan, het kwam tevoorschijn bij herdenkingsvieringen en uitvaarten.” Pas later is het gedicht op muziek gezet. Fieke speelde blokfluit samen met Guus Kuijs, docent bij de muziekschool in Wijchen. Naast fluitist bleek Guus ook een goede componist. Fieke: “Guus heeft heel veel teksten op muziek gezet waaronder ook mijn gedicht.”

Hans: “Ik vond de sfeer en en het onderwerp goed passen bij ons ensemble en met enkele aanpassingen hebben we het opgenomen in ons repertoire.” Een fragment van het lied is te beluisteren op onze website. Het geheel is te horen op YouTube. Hans: “Wij hebben het lied als geheel opgenomen. Fotograaf Frank Kouws heeft er een videoopname van gemaakt en het resultaat op youtube geplaatst.” Tot voor kort was de muzikale uitvoering van ‘Ik noem jouw naam’ niet te vinden op internet. Het Uitvaartensemble Nijmegen heeft daar nu verandering in gebracht.

Bij uitvaarten biedt ‘Ik noem jouw naam’ troost en herkenning. Fieke: “Toen ik dit kleine gedicht schreef wist ik niet dat het ooit een echt lied zou worden. Het raakte me toen ik het voor het eerst hoorde zingen door het Uitvaartensemble Nijmegen. Ik kan het lied alleen maar een goede muzikale reis wensen samen met de koorleden”.

Raken aan de eeuwigheid

Onze bas Lex Hustinx over het zingen bij het Uitvaartensemble Nijmegen

In 2012 – het Uitvaartensemble Nijmegen is dan in oprichting – word ik benaderd om mee te zingen. Het ensemble heeft als ideaal om bij uitvaarten troost te bieden aan nabestaanden, met zang van hoge kwaliteit. Een nieuw koor vormen met dit ideaal spreekt mij aan. Hartstochtelijk wordt er gerepeteerd en zoeken we uit hoe we ons kunnen profileren. Eerst onder de bezielende leiding van Anca Veldpaus. Later volgen Hans Meek als eerste en Bram Wildeman als tweede dirigent. Met elkaar bouwen we aan een ruim en divers repertoire en geleidelijk groeien we in samenhang en klankkleur.

Raken aan de eeuwigheid
Ik kan alleen maar zeggen dat het voor mij een geluk is in dit ensemble mee te mogen zingen. Soms ervaar ik met het uitvaartkoor het gevoel te ‘raken aan de eeuwigheid’. Je mérkt tijdens uitvaarten dat zingenderwijs met de nabestaanden een bijzondere verbondenheid groeit in het gedenken van de overledene. Dat is geen automatisme. Je hóópt telkens weer dat onze zang ruimte schept voor gevoelens van verdriet, gemis, of dankbaarheid. ‘Daar doen we het voor’, zeg je dan bij jezelf als dat gebeurt. Het is géén effectbejag, we willen vooral dienen. Als koor zijn we steeds oprecht verheugd wanneer we van familie of andere aanwezigen horen dat de muziek hen geraakt heeft. Dit maakt, samen met het plezier dat we tijdens onze veertiendaagse repetities en bij onze concerten beleven, dat ik het meezingen in het Uitvaartensemble Nijmegen als een waar voorrecht ervaar.

Twaalfjarig jongetje
Het gevoel te raken aan de eeuwigheid ervaar ik voor het eerst als twaalfjarig jongetje. Ik maak als gymnasiast deel uit van de ‘kleine schola’ van het Sint-Bernardinuscollege, een grote middelbare school van de paters Franciscanen in Heerlen. Elke zondagmorgen om half negen luistert dit koortje van jongenssopranen de mis op met serene gregoriaanse zang. Dat doen we in de kloosterkapel onder leiding van pater Vermeulen. Na een paar jaar zingen in de schola van het Sint-Bernardinuscollege doet de puberteit haar intrede. Dan is het is gedaan met mijn sopraanstem en verlaat ik het koor. Thuis blijf ik wel zingen. Op familieavondjes kruip ik regelmatig achter de piano om het ‘familiekoor’ te begeleiden. En bij de afwas zingen we met ons grote gezin uit volle borst afwasliedjes. Diezelfde tijd beleef ik voor het eerst live de Mattheuspassie van Johann Sebastian Bach, en eindig ik, puber of niet, mét het slotkoor in tranen.

Geen tijd meer voor zang
In mijn studentenjaren en lang daarna is er geen tijd meer voor zang. Ik werk dan voor de Hogeschool voor Theologie en Pastoraat in Heerlen. Daar worden jonge mensen opgeleid tot priester, pastoraal werker of werkster. Hier wordt dagelijks liturgie gevierd. En in en vanuit de kapel klinkt gregoriaanse en meerstemmige zang van het studentenkoor van Leo Meulenberg, veelal in de traditie van de oecumenische kloostergemeenschap in het Franse Taizé. Ook al zing ik zelf niet mee, zang is voor mij nooit ver weg.

Vanaf mijn 50ste weer actief
Rond mijn 50e levensjaar ga ik weer zelf zingen. Bij een klein kamerkoor ervaar ik het pure zangplezier. In het schildersatelier van een van de zangers komen we op vrijdagavond bij elkaar en zingen elkaar toe met klassieke koormuziek. We beklinken het met een goed glas wijn. Dat smaakt naar méér! Wanneer ik voor mijn werk naar Nijmegen verhuis in 2002 vind ik al snel mijn weg naar het Nijmeegse kamerkoor Sotto Voce. Daar bouw ik in twaalf jaar een mooie ervaring op in oude en modern-klassieke zang, met regelmatige optredens in of rond Nijmegen. Ik treed in deze periode ook toe tot de cantorij van de Stevenskerk, waar ik nu nog steeds actief ben.

Vrolijke musici
Dankzij enkele zangers van de cantorij van de Stevenskerk krijg ik mijn entree bij het Uitvaartensemble Nijmegen. Via het uitvaartensemble ben ik actief geraakt in het landelijke projectkoor Luna in Utrecht. Daarin leggen zangers uit alle windstreken zich toe op zangkunst op hoog amateurniveau. Genoeg te zingen dus. Ik ben intussen 72 maar hoop – zeker bij het Uitvaartensemble Nijmegen – nog een hele tijd ‘van de partij’ te mogen zijn. We leven in een broeierige tijd, maar zoals de canon luidt die ik op de lagere school heb geleerd: ‘Hemel en aarde zullen vergaan, vrolijke musici blijven bestaan!’.